Giftige slangen
Er zijn allerlei verschillende
gifslangen. Vele zijn levensgevaarlijk, andere in mindere mate. De mate van giftigheid heeft meer te maken met het soort gif dat de slangen injecteren dan met de grootte van de slangen. Een jonge slang van een bepaalde soort injecteert hetzelfde soort gif als een volwassen exemplaar; enkel de hoeveelheid kan verschillen.
Het gif van slangen heeft een tweeledig doel: het verlammen en daardoor immobiliseren van de prooi en het voorverteren van de prooi. Slangen kunnen immers geen stukken van de prooidieren afbijten of afscheuren en het is dus handig wanneer je een vloeistof kunt inspuiten die het verteringsproces, van de meestal relatief grote prooien, alvast wat op gang kan brengen. Dat deze vloeistof giftig is en daardoor een afschrikwekkende werking kent, is in de praktijk mooi meegenomen.
De agressiviteit van gifslangen kan sterk verschillen. Er zijn slangen die zich volledig aan het leven in zee hebben aangepast, de
zeeslangen (Hydrophiidae). Ze hebben een sterk gif, maar vertonen vrijwel nooit agressief gedrag.
Een in Australië vrij algemene slang is de
doodsadder (Acanthophis antarcticus), deze is vooral in de schemer actief en gaat snel tot de aanval over; zijn beet is dodelijk.
Opvallend zijn de spugende cobra's (o.a. enkele Naja's). Deze slangen zijn in staat hun gif enkele meters voor zich uit, gericht, naar hun doel te spuiten. Dit gif kan ernstig oogletsel, zelfs tot blindheid toe, veroorzaken. Ook hun beet is levensgevaarlijk.
De meeste ongelukken met gifslangen zijn het gevolg van pure pech: iemand gaat per ongeluk op een slang staan, of grijpt bij het klimmen op de rotsen of in een boom in de directe nabijheid van een gifslang. Gevolg: de in het nauw gedreven slang bijt.
In de terrariumpraktijk zijn gifslangen in principe niet moeilijker te houden en tot voortplanting te brengen dan de meeste niet-giftige slangen. Er worden grote aantallen
groefkopadders (Trimeresurus) en
ratelslangen (Crotalidae) gekweekt. Veel soorten zijn levendbarend. Echter de gevaren die kleven aan het verzorgen van gifslangen, voor de verzorger zèlf en voor de naaste omgeving, maken dat er aan het houden van gifslangen wat voorwaarden zouden kunnen worden gesteld. Denk aan:
- De eis dat het terrarium d.m.v. een schuif in twee delen kan worden gescheiden, zodat bij het schoonmaken de slangen aan de andere kant van het terrarium kunnen worden gehouden.
- In het zicht, bij het terrarium, moet een instructie aanwezig zijn waarop precies staat aangegeven hoe men in geval van calamiteiten dient te handelen.
- Het serum moet direct voorhanden zijn.
- Men zou eisen kunnen stellen aan de technische kwaliteiten van het terrarium; dikte van het glas, afsluitingen, ventilatie e.d..
Het is jammer dat de overheid dit soort zaken helemaal niet geregeld heeft. Wat dat betreft moet worden teruggevallen op plaatselijke verordeningen die soms dit soort zaken globaal regelen, bijvoorbeeld door een verbod op het houden van wilde en/of gevaarlijke dieren. Meestal wordt er opgetreden naar aanleiding van klachten uit de omgeving.