Houtsnijwerken

Indische, vooral Balinese, houtsnijwerken

Geschiedenis
De meeste Indische houtsnijwerken werden gemaakt om als souvenir te dienen voor de Nederlanders die voor kortere of langere tijd in Nederlands – Indië (1600 – 1957) woonden en graag leuke herinneringen naar Nederland meebrachten tijdens hun verlof, vakantie of repatriëring. Omdat het aan de man brengen van deze houtsnijwerken een belangrijke bron van inkomsten betekende voor het over het algemeen betrekkelijk arme deel van de bevolking, was de concurrentie groot. In die tijd, jaren 30, 40 en ook nog 50, werd het maken van deze overigens prachtige houtsnijwerken gezien als vakmanschap en niet zozeer als het produceren / maken van kunst. Het signeren, zelfs van gecompliceerde en vaak ongelofelijk mooie werken, was dan ook geen gewoonte, dat gebeurde pas later, in de vijftiger jaren, op grotere schaal. Veel van het naar Nederland meegebrachte houtsnijwerk is afkomstig van Java, maar vooral ook van Bali.

Momenteel kijken wij heel anders naar het vakmanschap van de “woodcarvers” en de stukken die destijds als souvenirs werden meegebracht, stralen een dusdanig vakmanschap uit dat we er behoorlijk van onder de indruk kunnen geraken. Vooral het Balinese valt op door oog voor detail en vakmanschap en is momenteel erg in trek onder het groeiend aantal verzamelaars. Ik beperk mij voor deze bespreking tot monochrome (eenkleurige) beelden. Omdat de Indische Nederlanders eraan gewend waren dat de houtsnijwerken van goede tot uitzonderlijke kwaliteit waren, keek men ook niet op van deze hoge standaard.

Op dit moment is er nog steeds wel mooi materiaal in bezit van particulieren. De spoeling begint echter wel steeds dunner te worden. Doordat veel van de “kunstwerken”, als souvenirs in huis werden uitgestald, is er wel het een en ander aan schade ontstaan als gevolg van de logische en te verwachten “huiselijke ongelukjes”. Spelende kinderen, het afstoffen van de beelden, vallen, veel beelden werden de ene keer beter dan de andere keer gelijmd of anderszins gerepareerd. Een deel is inmiddels in vuilcontainers, vuilniszakken, zelfs in de open haard verdwenen. Inmiddels begint de generatie die verantwoordelijk was voor het naar Nederland nemen van al dit moois in rap tempo te verdwijnen. De volgende generatie die de houtsnijwerken erft, heeft veel minder binding met het vaak wat donker (lees: somber) gekleurde hout. Gevolg: De beelden verdwijnen naar de zolder, de schuur, de vuilnisbelt of worden te koop aangeboden op Marktplaats. Soms wordt een mooi stuk nog wel als aandenken aan ouders of familie gehouden en bewaard. Voor een enkeling is het aanleiding om deze beelden te gaan verzamelen.

Onderwerpen
De onderwerpen van de Balinese houtsnijwerken betreffen vaak Hindoestaanse religieus geïnspireerde taferelen, dagelijkse taferelen of dieren. Naast de beelden, maar werd er ook veel meubilair en gebruiksvoorwerpen van mooi snijwerk voorzien. Andere materialen naast hout, die werden gebruikt voor snijwerken zijn: Ivoor, hoorn, schildpad en been. Op Bali zelf zien we in de vele tempels ook veel stenen beelden en tegenwoordig ook van kunststof.

Als het gaat om religieus geïnspireerde beelden, zijn veel voorstellingen ontleend aan de Ramayana, de religieuze dansen en de geestenwereld. Er zijn veel beelden in omloop die in oorsprong bedoeld waren om boze geesten en ziektes te weren, en die vaak geplaatst werden bij de in- en uitgangen van woningen en andere gebouwen. In het voormalig Nederlands-Indië was sprake van een rijk ontwikkeld (bij)geloof. Veel houtsnijwerken hadden daar dan ook een relatie mee. Veel van het oorspronkelijke houtsnijwerk werd dan ook door Hindoe priesters gewijd voordat het in gebruik werd genomen.

Een wand van mijn voormalige hobbykamer was volgehangen met kopjes, ook wel wandhangers genoemd. Er kon niet veel meer bij.

(Boze) geesten?
Wie daar gevoelig voor is, moet dus uitkijken om zomaar allerlei houtsnijwerken in huis neer te zetten. Zo kan het zijn dat houtsnijwerken een positieve of negatieve “uitstraling” hebben en zo de menselijke geest in die zin kunnen beïnvloeden. Iedereen kent wel dat “kippenvelgevoel” op een eenzame donkere plek, of het hebben van “koude rillingen” onder bepaalde omstandigheden. Wie daar gevoelig voor is kan door het houtsnijwerk aan te raken soms al voelen of het betreffende beeld een bepaalde geladenheid heeft ja of nee. Een oude kennis van mijn moeder suggereerde: “Je zou eens moeten weten wat er ’s nachts zoal aan energie tussen jouw verschillende houtsnijwerken, wordt uitgewisseld”. Ik heb daar zelf nooit last van gehad, maar ik ken iemand die daar uitermate gevoelig voor is. Bij een bepaald Hanumanbeeld kreeg zij steeds ‘de kriebels’. Zij beweerde dat dit beeld een kwaadaardige uitstraling zou hebben en ze kon dit beeld niet in huis verdragen. Het beeld is dan ook zo snel mogelijk weer verkocht. Barongmaskers werden juist gemaakt om boze geesten uit de huizen te weren. Ik heb er momenteel een stuk of 35 aan de wanden van mijn appartement hangen. Wie weet dragen deze er wel toe bij dat ik weinig last van vreemde invloeden ondervind.
Gelukkig is hetzelfde vakmanschap van vroeger nog steeds op Bali aanwezig. Nog steeds wordt daar hoogwaardig houtsnijwerk geproduceerd. De hele families is meestal betrokken bij het “productieproces”. In de familie zijn er vaak de specialisaties van de verschillende betrokkenen. De een is goed in het uitwerken van het haar, de ander kan juist weer goed gezichten snijden en nog een ander polijst het werk tot het glimt als een spiegel. Natuurlijk zijn er ook de all round carvers die een beeld van ruw blok hout tot kunstwerk kunnen snijden. Afhankelijk van de voorstelling is het vaak moeilijk om te bepalen of een beeld echt oud is of nog onlangs werd gemaakt. Indicaties voor de leeftijd zijn de kwaliteit en kleur van het patina, de stijl van het beeld en de gebruikte houtsoort.
Toch loopt de belangstelling van de jongeren voor het houtbewerken wel terug. Het maken van een beeld is vaak een tijdrovende klus en veelal kan het geld gemakkelijker worden verdiend in allerlei takken van de toeristenindustrie. Wat we ook zien is dat de techniek voortschrijdt. Er worden al interessante werkstukken machinaal aangemaakt.

Mijn oude hobbykamer op zolder: Overal waar iets KON staan, stond ook wel wat.

Originaliteit
In juli 2011 was ik op de Indische Markt in Delft en daar deed een van de standhouders mij het volgende aanbod: “Ik heb een zwager op Bali, die is woodcarver, hij kan alles wat je wilt voor je maken en namaken. Geef maar een voorbeeld of vertel wat je wilt en hij kan het voor je maken.” Daar keek ik eigenlijk wel even van op, want dat betekent dat eigenlijk niets wat nog wordt aangeboden zonder meer nog betrouwbaar origineel en oud is. Dat betekent dat je dan weer specialistische kennis moet bezitten om kaf van koren te kunnen onderscheiden. Natuurlijk doet een en ander niets af aan het vereiste vakmanschap, maar je trekt toch al gauw het vergelijk met meesterwerken van schilders die met zorg en vakmanschap worden nagemaakt. Prachtige Rembrandts kunnen namaak zijn en dergelijke activiteiten worden toch echt als crimineel aangemerkt. Nu is dat met betrekking tot Balinees houtsnijwerk nog niet aan de orde, maar toch kan er flink geld worden verdiend met bijvoorbeeld het op de markt brengen van nieuw gemaakt, oud lijkend art deco werk.

Aan de andere kant hangen mijn barongmaskers. Als deze echt bedoeld waren om boze geesten te weren dan zou ik daar geen last van moeten hebben onder deze omstandigheden.

Art Deco en Pitah Maha
Op dit moment wordt voor origineel Balinees Art Deco en Pitah Maha gekwalificeerd werk, door verzamelaars relatief veel geld betaald. Op zich staat dit geld, naar mijn bescheiden mening, maar beperkt in relatie tot het geleverde vakmanschap en de aan het werkstuk bestede tijd. Toch heb ik in de loop de tijd de echt goede Art Deco stukken wel beter leren waarderen. Ondanks het stileren van de voorstelling vergt het ook wel weer vakmanschap om de serene gelaatsuitdrukking van de gezichten volledig tot uitdrukking te brengen. Inmiddels heb ik ook wel het een en ander van dit soort hoogwaardige stukken in mijn collectie. Alles met elkaar is het verzamelen van Balinees houtsnijwerk tot nu toe een leuke en (zeker aanvankelijk) betaalbare hobby. Door het momenteel wegvallen van de generatie die het houtsnijwerk destijds meebracht, komt er momenteel vrij veel houtsnijwerk op de markt, veelal via Marktplaats en veilingen. De ene aanbieder weet wel welke bedragen bepaalde stukken kunnen opbrengen en de andere totaal niet. Ook zijn er voor wie het geen fluit uitmaakt wat het beeld opbrengt, als het maar ergens leuk en goed terecht komt, en waar kan het beter terecht komen dan bij een gedreven verzamelaar of in een officiële verzameling. Die eerste overweging heeft mij inmiddels al een paar leuke beelden opgeleverd voor niet al te veel geld. Deze website heeft daar al menig maal een bijdrage aan geleverd. Over het algemeen hebben aanbieders echter helaas veel te hoge verwachtingen van de opbrengsten van uit nalatenschappen afkomstige Balinese werken. Zelf ben ik na het overlijden van mijn moeder begonnen met het echt verzamelen van houtsnijwerken. De paar stukken die ik van haar mocht erven hebben mij daar toe aangezet. Door mijn regelmatige interactie met aanbieders op Marktplaats heb ik inmiddels al een aantal heel erg leuke contacten gelegd met gelijk gestemde verzamelaars. Ook is het weer mijn website die goed wordt bezocht en waar regelmatig reacties op komen.

Verhuisd
Per april 2019 ben ik verhuisd. Ik woon nu op mezelf in een driekamerflat. Alle info hiervoor blijft natuurlijk overeind, echter alle voor deze datum gemaakte foto’s zijn niet meer van de huidige situatie en lang niet alle heb ik nog in mijn bezit.

Op mijn oude website stond een hele serie beelden onder mekaar. Nu kunt u deze fotogalerij starten en rustig de plaatjes “doorklikken”  om ze te bekijken.

Er zijn regelmatig mensen die mij een vraag willen stellen, beelden willen aanbieden, foto’s willen doorsturen, en willen dat ik reageer. Dat rechtstreeks via mijn mailadres dat u vindt in de rechter kolom.

Translate »