Bij de vijver 2010

Onze vijver “draait” dit jaar voor het derde jaar. De winter 2009/2010 heeft geen noemenswaardige problemen veroorzaakt. Half juni had ik echter een technisch mankement: De pomp was plotseling gestopt en doordat ik geen tijd heb gehad om hem direct te vervangen of te repareren begon de vijver heel snel ernstig groen te worden van de zweefalgen, het leek uiteindelijk wel erwtensoep. Om te voorkomen dat alle nuttige bacteriën in het filtersysteem zouden sterven heb ik een simpele bypass gemaakt met behulp van een reserve pomp. Die pomp heb ik in de laatste filterbak gelegd en via een slang aan het eind van de vijver laten uitstromen. Daardoor werkte het systeem wel weer, maar liep het water niet meer over de UV-lamp. Na anderhalve week, toen hij van vakantie terug was heeft onze aannemer de oude pomp vervangen door de reserve pomp. Dat loste gelijk een ander probleem op. Tot nu toe had ik enkel problemen met deze vijver gehad vanwege de te grote capaciteit van de 12.000 liter pomp. Die trok de laatste filterbak leeg en die kon door het systeem steeds niet snel genoeg meer worden aangevuld. Dit gaf weer de noodzaak om de pomp via een kraan of dimschakelaar te “knijpen”, maar vervanging door een 8.000 liter pomp geeft nu eindelijk rust.

Onze vijver in 2010, met het groene hek
Ook dit jaar weer wat plaatjes uit eigen tuin, de “hek-constructie” werkt perfect en is gemakkelijk te verwijderen. Helaas enkel tegen de reiger e.d., tegen menselijke vandalen is weinig bestand.

Het systeem draait nu weer zonder kunstgrepen om de pomp in de hand te houden en het filtermateriaal in de bakken is weer even geschud, waardoor alle natuurlijk ontstane doorstroom kanalen weer zijn opgeheven. Om het proces van helder worden te versnellen heb ik bij Intratuin twee literflessen “Vijver helder” gehaald en conform de instructie op de fles in de vijver gedaan. Kort daarna heb ik ook nog een fles bacteriën aan het water toegevoegd en na drie dagen was het resultaat al opmerkelijk. Binnen een week was de vijver weer glashelder en kan je een dubbeltje op de bodem zien liggen. De vissen hebben hier geen enkele negatieve reactie op gegeven.

Wat heel erg vervelend was is een ervaring in de nacht van de WK-finale. Baldadige jongens (neem ik aan) zijn toen ver in de nacht over de schutting geklommen en hebben kennelijk met het schepnet, dat in de tuin aan de schutting hangt, in de toen nog vies groene vijver gaan roeren. Helaas heb ik er niets van gehoord. ‘s Morgens vond ik tot mijn spijt de mooie Tancho dood in de drinkwaterbak van de vogels en er zwommen nog een paar vissen rond in trieste toestand. Drie vissen zijn daarna nog gestorven en onze prachtige bruine Shagoi zwemt nu nog, twee weken later, apathisch rond met nare wonden aan z’n kop en linkerflank, het lijkt er echter op dat hij het wel gaat overleven. Deze akelige ervaring heeft mij er toe gebracht nog scherpere, vooral elektronische, veiligheidsmaatregelen te nemen. Een geluk bij een ongeluk was dat de vijver zo troebel was, dat de vissen niet te zien waren wanneer ze meer dan een halve meter onder water doken en dat zal voor een aantal hun redding betekend hebben. Waarschijnlijk is daardoor het merendeel van onze vissen ongemoeid gelaten.

Lelietje-van-dalen, bloemetjes
Lelietje-van dalen, voor mij een plantje met een “geschiedenis”.
Vruchten Lelietje-van-dalen
Van alle bloemetjes zijn er altijd een paar die vruchtjes opleveren, hier zijn ze nog groen, maar ze moeten oranje tot rood worden als ze gerijpt zijn.

Lelietje-van-dalen
Het lelietje-van-dalen (Convallaria majalis) is een plantje met een geschiedenis en daardoor iets speciaals. Ik raakte er bekend mee doordat mijn grootvader er in Apeldoorn altijd een flinke aantallen van in de tuin had staan onder een enorme berkenboom bij de oprit van de tuin. Voor hem had dit plantje weer een speciale betekenis doordat het bruidsboeket van zijn vrouw, mijn oma, destijds voor een belangrijk deel uit bloemetjes van deze plant bestond. Toen mijn ouders naar Oegstgeest verhuisden namen zij een aantal stekken mee en ook de planten die ik nu nog hier in Zoetermeer in de grond heb staan zijn afkomstig uit de tuin van mijn opa en oma. In de bossen in de omgeving van Apeldoorn heb ik ze regelmatig in het wild zien staan.

De wilde aardbei
Wilde aardbeien worden tegenwoordig overal aangetroffen, zo ook bij ons in de tuin waar ze als onkruid voort woekeren.

Wilde aardbei (Fragaria vesca)
Tegenwoordig vind ik in de tuin regelmatig wilde aardbeitjes. De plant is een woekerplantje dat zich in snel tempo door de tuin verspreidt en soms op plaatsen opduikt waar je hem niet zomaar zou verwachten. De plant verspreidt zich met behulp van uitlopers die zich onder de tegels door een weg banenen en soms dus her en der weer opduiken. Er vormen zich bloemetjes en na verloop van tijd vind je de helder rode aardbeien. Hoewel ik ze zelf nooit pluk, schijnen de vruchtjes goed te eten te zijn.

De schommelstoel van Moeder
De schommelstoel waar mijn moeder weg van was en waarin ze toen ze bij ons woonde heel graag zat.

De “schommelstoel van moeder”
Een aantal zaken die in onze tuin staan, staan er niet zomaar, zo hangt er o.a. een eenvoudig tegelmozaiek uit Portugal, dat wij ooit van onze dochter Nataschja hebben gekregen nadat ze daar met vakantie was geweest en ook staat er een kunststof “rieten” schommelstoel die moeder kocht in de periode dat ze bij ons inwoonde. Mijn moeder heeft op aandringen van Alice een jaar lang, met heel veel wederzijds plezier, bij ons in gewoond. Tijdens een bezoek aan een tuincentrum zag ze deze stoel en was er helemaal weg van en heeft hem dan ook direct gekocht. Haar favoriete kleur was altijd rose en Alice zorgt er dan ook voor, dat er grote tijden van het jaar een rose bloemetje naast haar stoel staat. Moeder is op 2 december 2006 helaas overleden.

Een oeverlibelle, vrouwtje
Een oeverlibelle, een vrouwtje. Uit de vijver geschept en om te drogen op een Fuchsia gezet.

De Gewone oeverlibelle (Orthetrum cancellatum)
Begin juli zag ik een grote libelle op het water van de vijver drijven. Ik heb die met het schepnet opgevist en op een Fuchsia op de rand van de vijver neergezet. Ik zie deze grote libellen hier wel vaker rondvliegen en waarschijnlijk had deze een van de draden geraakt die over de vijver zijn gespannen. In ieder geval leefde het dier nog en terwijl hij daar zat te drogen was dat voor mij natuurlijk een prachtige kans om er wat dichtbij opnamen van te maken.

Even wat info over deze libelle. Het is een relatief grote soort die tot 5 cm. lang kan worden. De larven, net als de “watertijger” leven als roofdieren twee tot drie jaar onder water waarna ze op het droge komen om te vervellen. Ook de libelle zelf is een echt roofdier dat van andere insecten leeft. De mannen zijn blauw met een zwarte punt aan het achterlijf en de vrouwtjes zijn geel. Het exemplaar van mijn foto’s is dus zeker een vrouwtje. Tijdens het fotograferen kwam het dier weer een beetje bij, begon zich droog te poetsen en is na enkele minuten weg gevlogen.

Hier volgt een serie foto’s die ik tijdens het droogproces van de libelle heb gemaakt:

De gewone oeverlibelle, vrouwtje (2)
Het lijkt wel alsof ze haar ogen uitwrijft
De gewone oeverlibelle, vrouwtje (3)
Met de Nikon 55mm (oude) Macro lens kan je lekker dichtbij komen en het levert haarscherpe plaatjes op.
De gewone oeverlibelle, vrouwtje (4)
Zo van dichtbij een vriendelijk koppie, maar het is een echt roofinsect.
De gewone oeverlibelle, vrouwtje (5)
Kijk een naar de klauwtjes aan de uiteinden van de poten.
De gewone oeverlibelle, vrouwtje (6)
Na een kwartiertje was ze, na even niet opletten, plotseling weer weg !!!
Een gietertje met vetplantjes
Het gietertje met de vetplantjes waarvan er 1 nadrukkelijk staat te bloeien.

Zomaar
Van een collegaatje Joyce, kreeg Alice tijdens een afwezigheid wegens ziekte, deze leuke attentie: een gietertje met vetplantjes er in. Dit stukje staat al geruime tijd bij ons in de tuin en doet het overigens prima. Het bestaat uit een ornamentje van schelpjes en voor het overige met mij op het oog bekende vetplantjes, waarvan ik de namen nog wel eens zal opzoeken. Mij gaat het er om dat wanneer je er oog voor hebt ook kleine dingetjes grote schoonheid kunnen vertegenwoordigen. Alweer de Macro-lens op de camera geschroefd en kijk eens wat een gave plaatjes dit oplevert. Soms hoef je voor mooie dingen niet ver weg te gaan. Een van de vetplantjes. Doodgewoon een “ordinair” vetplantje.

Bloem van vetplantje (1)
De fraaie bloemetjes op de hoge steel.
Bloem van vetplantje (2)
Niets bijzonders maar toch mooi wanneer je er zo dichtbij kunt komen.

Spinnen rond de vijver
Spinnen vormen zo’n beetje een nagel aan de kist van mijn vrouw Alice. Zij heeft namelijk al jarenlang een ernstige spinnenfobie. Aanvankelijk was ik daar wel eens wat lacherig over, maar in de loop der jaren heb ik geconstateerd dat ik daar voorzichtig mee moet zijn. De confrontatie met een spin, hoe klein of ongevaarlijk ook, geeft een heftige reactie die kan variëren van gewoon schrikken tot ongeveer een hartstilstand en ademhalingsproblemen. Hoe rationeel ik ook getracht heb dit probleem met haar te bespreken, er is weinig bestand tegen de klaarblijkelijk “chemische reactie” die de confrontatie met een spin bij haar te weeg brengt. Mogelijk dat een goede fobiedeskundige haar ooit eens van dit probleem kan af helpen. Voorlopig zitten er het hele jaar door grote hoeveelheden, hooiwagens, springspinnen en kruisspinnen bij ons in de tuin en is ze eigenlijk, wat dat betreft, nooit veilig. Vaak moet ik voordat ze de tuin in komt of in de tent wil gaan zitten eerst vooruit om “spinnen te ruimen”, pas daarna kan het signaal op “veilig” en komt ze naar buiten.

Jonge kruisspin in web
Een nog jonge kruisspin in haar web.
Kruisspin in het web (2)
Deze kruisspin is al wat ouder, maar nog steeds niet volgroeid.
Kleine sabelsprinkhaan
Deze kleine sabelsprinkhaan zal moeten uitkijken om niet ten prooi te vallen aan de spinnen, de merel, de ekster of de egel die we ook regelmatig in de tuin vinden.

Een website met vooral heel veel terrarium-, aquarium- en vijverinformatie

Translate »