Spinnen

Brachypelma smithi, de Mexicaanse roodknievogelspin
Brachypelma smithi, de Mexicaanse roodknievogelspin, een beschermde soort.
Kruisspin in de tuin
Een doodgewone kruisspin in de tuin.

Spinnen (Araneae)

Verspreiding
Spinnen komen over de gehele wereld voor en dit moment zijn er al zo’n 50.000 soorten bekend en beschreven. Ze komen voor in koude, gematigde en tropische streken en eigenlijk alleen in zee ontbreken ze, de daar op spinnen gelijkende dieren zijn meestal krab– of kreeftachtigen, waar spinnen overigens wel een aantal overeenkomsten mee vertonen. Qua formaat kunnen spinnen behoorlijk verschillen. Er zijn de millimeters kleine, met het blote oog vrijwel niet te determineren kleine soorten en er zijn grote zware spinnen, met een spanwijdte (poot tot poot) van soms meer dan 30 cm. Qua uiterlijk kunnen spinnen behoorlijk verschillen maar de basisbouw van spinnen is altijd dezelfde alleen de “uitwerking” daarvan kan sterk uiteen lopen. Sommige lijken kaal en glad en andere zijn sterk behaard, sommige soorten zijn eenkleurig en onopvallend, andere hebben felle, meestal waarschuwingskleuren, andere lijken stekels of andere uitsteeksels te hebben. Veel spinnen hebben zich in de loop der tijd aangepast aan hun omgeving en vallen daardoor vrijwel niet op. Zo zijn er spinnen die zich aan de kleur en vorm van bepaalde bloemen hebben en dus altijd in die bloemen leven. Spinnen leven heel vaak een verborgen leven en het is bekend dat er gemiddeld op iedere vierkante meter tenminste 10-12 spinnen leven.

Onbekende spin Roewanda
Een onbekende spin uit Rwanda.

Uiterlijk
Zoals gezegd hebben spinnen een eenduidig uiterlijk. Ze hebben 8 poten die aan het kopstuk vast zitten. Het lijf bestaat uit twee delen: het kop/borststuk en het achterlijf. Spinnen en insecten zijn daardoor gemakkelijk van elkaar te onderscheiden. Spinnen bestaan uit twee delen en insecten uit drie: kop, borststuk en achterlijf. De meeste insecten hebben 6 poten. Bij sommige spinnen lijkt het wel of ze tien poten hebben. Bij die spinnen zijn de pedipalpen, een soort tasters, een beetje te vergelijken met de voelsprieten van insecten, sterk ontwikkeld en lijken op poten. Deze pedipalpen die ook wel palpen worden genoemd hebben naast die tasterfunctie bij de mannetjes ook een functie als plaats voor spermaopslag. Hij kan sperma daarin met zich meedragen en na een soms ingewikkeld ritueel bij het vrouwtje binnenbrengen zodat de bevruchting plaats vindt. Het geslachtsverschil bij spinnen qua grootte kan sterk verschillen er zijn soorten waarbij de mannen groter zijn (meestal langere poten hebben) en soms zijn mannetjes aanmerkelijk kleiner dan de vrouwtjes. Een mooi voorbeeld van dat laatste geval vormen de zwarte weduwen (kogelspinnen), waarbij de mannetjes vele malen kleiner blijven dan de vrouwtjes.

04 Rolspin (Solpuga)
Deze indrukwekkende spin met grote kaken fotografeerde ik in Zuid-Afrika: een rolspin (Solpuga).

Zicht
Veel spinnen kunnen slecht zien. Spinnen hebben 6 of 8 ogen. Vogelspinnen meestal 8. Meestal werken die paarsgewijs. De meeste spinnen jagen dan ook niet op zicht maar met behulp van spindraden waar ze webben of verklikkerdraden mee spannen. Die vormen dan een meestal zeer efficiënt alternatief voor het hebben van ogen. Er zijn jachtspinnen die wel zichtjagers zijn en dus goed kunnen zien. Dat zijn o.a. de supersnelle springspinnen die grote ogen hebben waarmee ze ook diepte kunnen bepalen en dus ook geen vang webben maken. De belangrijkste functie van de ogen bij spinnen is het waarnemen van licht en daardoor daglengte wat weer een rol kan spelen bij de voortplantingscyclus. Een geweldig filmpje over een werkelijk prachtige springspin vind u hier: klik.

Pt. Murinus
Een uitermate giftige en snelle Afrikaanse vogelspin (Pt. Murinus).

Het vangen van prooien
Spinnen zijn roofdieren die leven van prooien die ze vangen. Spinnen hebben geen mond met een gebit waarmee ze stukjes van een prooi kunnen afhappen dus die hebben een andere “eettechniek” ontwikkeld. Ze hebben gifkaken met daarin een buis waardoor gif in het prooidier kan worden geïnjecteerd. Het gif van spinnen heeft meestal een tweeledig doel: a) het verlammen en daardoor immobiliseren van de prooi en b) het werkt als een (voor)verteringsvloeistof (soort uitwendig maagzuur) dat het weefsel van het prooidier oplost waardoor het als het ware kan worden opgezogen. Sommige spinnen kunnen met hun kaken de prooi “kauwen”, een soort van masseren waardoor de voedingstoffen in de richting van de monddelen worden gebracht. Meestal is het enige dat er van een prooidier over blijft een leeg omhulsel/huidje.

Spin Tanzania
Een onbekende spin die ik in Tanzania fotografeerde.

Verdediging
Spinnen kunnen zich op verschillende manieren verdedigen. Hun belangrijkste verdedigingstechniek is “niet opvallen”. Die techniek werkt niet altijd en meestal reageert de spin dan door te vluchten. Als ook dat niet werkt en de spin in het nauw gedreven wordt zal hij in veel gevallen bijten. Nu is het wel zo dat vrijwel alle spinnen giftig zijn, maar slecht een klein deel van de spinnen heeft zulke krachtige en sterke kaken dat ze door de huid van de mens heen kunnen bijten maar als dat lukt dan zal de spin in de meeste gevallen het gif dat ze bij zich draagt ook injecteren met alle gevolgen van dien. Van al die tienduizenden soorten zijn er maar een paar echt gevaarlijk voor de mens. Het meest bekend zijn dan weer de Amerikaanse en Australische zwarte weduwen (Latrodectus) en ook de in de omgeving van Sydney voorkomen trechterspinnen (Atrax robustus), maar ook hier gaat het weer om incidenten waarbij de mens indringt in het leefgebied van de spinnen. De meeste spinnen zijn voor de mens ongevaarlijk of is de beet er van te vergelijken met de steek van een wesp of net iets erger. Anders is het natuurlijk wanneer een individu allergisch is voor het gif van de spin, dan kunnen de gevolgen van de beet. Veel vogelspinnen kunnen zich verdedigen door “bombarderen” het in de richting van een belager afwerpen van brandharen die zich meestal op het achterlijf van de spin bevinden. Na de vervelling zijn alle daardoor kaal geworden plekken weer keurig behaard.

Vogelspinnen.
Vooral vogelspinnen hebben vaak een dik rond en behaard achterlichaam.

Organen
In het achterlijf van de spin bevinden zich het hart, de boeklongen, het grootste deel van het spijsverteringskanaal en de voortplantingsorganen. Spinnen zijn wel heel erg kwetsbaar. De meeste hebben namelijk geen stollingsstoffen in hun lichaamssappen en wanneer een spin wordt beschadigd bloedt hij als het ware dood. Wanneer een poot van een spin wordt beschadigd is hij meestal in staat deze spontaan zelf af te stoten. Daarna gaat de spin meestal versneld vervellen om zogenaamde “herstel”vervellingen uit te voeren, waarbij de afgestoten poot regenereert (terugkomt) en na enkele vervellingen weer compleet terug is. Een prachtig overlevingsmechanisme van de spin !!

Zebraspin - Spanje
Deze zebra-spin fotografeerde ik in Spanje.

Het web
Spinnen staan bekend om het maken van een web. Heel bekend zijn later in de zomer de webben van onze kruisspinnen die vaak keurig netjes tussen een paar planten of takken worden geweven. Deze webben hebben kleefdraden en dien voor het vangen van de prooi, meestal vliegende insecten. De draden worden gesponnen met behulp van spintepels die de spin op haar achterlijf heeft en die grotendeels bestaan uit eiwitten. Spinnen kunnen voor allerlei doeleinden webben of draden maken. Allereerst zijn daar de vangwebben, die allerlei vormen kunnen hebben. Sommige spinnen maken zelfs werpnetten waarmee ze actief prooien kunnen vangen, anderen slingeren een draad met kleverig uiteinde rond en vangen zo een prooi, er zijn verklikker- en struikeldraden, valkuilen met of zonder klep. Daarnaast maken ze woonwebben veel boomspinnen kunnen een degelijk en stevig woonweb maken dat regen en wind kan doorstaan en dat een veilig huis kan bieden voor de spin. Ook een woonhol onder de grond wordt in veel gevallen bekleed met spinrag. Vervolgens kennen we vervellingwebben, waar de spin op kan gaan liggen om te vervellen en spermawebben die de spin maakt en gebruikt om zijn sperma op te leggen om het vervolgens in zijn pedipalpen op te slaan. Ook zijn er spinnen die hun prooien inspinnen en op die manier kunnen bewaren voor consumptie op een later moment. Veel spinnen maken een eiercocon waarin de eieren worden ingewikkeld, opgeslagen en vaak door de spin in de kaken worden meegedragen. Zo kent het spinsel van spinnen vele toepassingsmogelijkheden en heeft de spin in veel gevallen voor de verschillende toepassingen verschillende spintepels die kunnen worden ingezet. De spinrag van sommige spinnen is zo sterk dat wanneer de mens deze zou kunnen namaken het materiaal uitermate geschikt zou zijn voor het maken van bijvoorbeeld kogelvrije vesten.

Voor meer over webben van vogelspinnen, klik: (hier)

Brachypelma vagans Tijdens de paring.
Brachypelma vagans tijdens de paring.

De voortplanting
De voortplanting van spinnen geschiedt volgens een per soort genetisch vastgelegd ritueel. Spinnen zijn roofdieren en zijn sterk kannibalistisch dus wanneer een mannetje wil paren heeft ie in principe een gigantisch probleem of noem het een uitdaging. De geslachtsopeningen van het wijfje zitten over het algemeen aan de buikzijde van het wijfje en probeer daar maar eens bij in de buurt te komen. Veel spinnen hebben daar een soort ritueel voor ontwikkeld waardoor het wijfje door bepaalde aanrakingen of trillingen in het web “in trance” wordt gebracht waardoor het mannetje haar kan benaderen. Eenmaal in trance kan het mannetje haar achterover op haar achterste poten dwingen en kan het spermapakket met zijn palpen binnen brengen. Zodra de trance voorbij is loopt het mannetje weer risico om gepakt te worden en niet zelden is dat ook het lot van het mannetje. Hij dient dan als voedsel voor zijn eigen nageslacht en in het geval van vogelspinnen vormt hij een dusdanig grote prooi dat het wijfje daar enige weken mee vooruit kan.

Nest vogelspinnen
Net uit het ei gekomen jonge spinnen worden nimfen genoemd.

De jongen
Uit de eieren komen dan na verloop van tijd de jonge spinnen tevoorschijn. In het eerste stadium na het uitkomen worden ze nimfen genoemd. Deze nimfen eten nog niet en blijven nog bij elkaar. Ze vervellen, afhankelijk van de soort een of twee keer en worden dan spiderlings. Deze spiderlings verspreiden zich in hun leefgebied en moeten gaan jagen. Er zijn kleine soorten die een zich aan een spindraad door de lucht op de wind laten meevoeren en honderden kilometers verderop pas een plek vinden. Spinnen hebben geen huid die met ze meegroeit maar hebben een harde huid (exoskelet) die tevens een soort uitwendig skelet vormt. Onderhuids maken ze bouwstoffen aan en eens inde zoveel tijd vervellen de spinnen, werpen hun oude chitinepantser af en zijn dan even flexibel en kunnen dan groeien. In dit stadium zijn ze heel erg kwetsbaar. Hun tanden vervellen mee en zijn ook zacht en onbruikbaar een spin die in deze toestand beschadigd raakt is meestal ten dode opgeschreven. De meeste spinnen zoeken dan ook om te kunnen vervellen een beschermde en veilige omgeving. Vaak spinnen ze een webje dat als zachte mat dient om het risico van beschadigen te beperken. Andere spinnen vervellen weer hangend aan een draad of in hun web. Weer andere veilig in hun woonhol. Het zal duidelijk zijn dat de spinnen zoveel nakomelingen hebben omdat er tijdens het opgroeien een enorme uitval is.

Latrodectus spec. Zwarte weduwe
Een spin met een geheel eigen reputatie: De Zwarte Weduwe (Latrodectus spec.).

Meer over zwarte weduwen?
Klik: (hier)

Reputatie
Spinnen hebben door allerlei oorzaken een slechte reputatie gekregen. Veel mensen zijn bang voor ze en een enkeling ontwikkelt zelfs een serieuze spinnenfobie. Het imago van de spin zal veel te maken hebben met hun verborgen leefwijze en het feit dat ze vaak in donkere vochtige hoekjes en gaten zitten. Op onverwachte momenten komen ze tevoorschijn en door hun snelheid en 8 poten schrikken mensen daar van. Ook is een ieder wel eens met z’n gezicht in het web van een spin gelopen en heeft afschuw gevoeld van de kleverige draden en de spin die vluchtte in het haar. Ook de verhalen die er over spinnen de ronde doen dragen niet bij aan een positief beeld van de spin en ook niet de verschillende horrorfilms over spinnen die werden gemaakt. Toch moeten we constateren dat spinnen uitermate nuttige dieren zijn die de wereld leefbaar houden door het wegvangen van enorme hoeveelheden insecten. Er is wel eens berekend, dat wanneer de spinnen 1 of twee maanden niet zouden eten, de wereld overvol zou raken van allerlei insecten en we tot onze oksels in de insectenlarven zouden staan. Misschien is dat beeld wat overdreven, maar het geeft wel een indicatie over het nut van spinnen. In plaats van van ze te gruwen zouden we ze eens wat beter moeten bestuderen om meer over hun fascinerende leefwijze te weten te komen. Over spinnen zijn hele boeken en boekdelen geschreven en ook op het internet is er enorm veel informatie over te vinden. Deze korte beschrijving doet dan ook altijd tekort aan deze bijzondere groep van dieren.

Om info en foto’s van Vogelspinnen te zien klik: (hier)

Een website met vooral heel veel terrarium-, aquarium- en vijverinformatie

Translate »