Namibië en Zuid-Afrika

VERSLAG van een reis door Namibië en Zuid-Afrika

2 november 1992

08.30 uur
Vertrekken we voor onze reis naar Namibië en Zuid-Afrika uit Zoetermeer richting Breda. Alice brengt mij weg, de kinderen zijn naar school. Wij komen als eersten aan bij het officiële vertrekpunt: Hotel Breda. We drinken koffie en maken kennis met Jolien. Kort daarna arriveren Carla en Lauran en Victor met z’n familie. Als laatsten arriveren Henk en Mary. Henk verdeelt de Fuji diafilms die hij voor de groep heeft ingekocht. Ik krijg van hem mijn 25 bestelde films films.

11.30 uur
Om circa half twaalf nemen wij afscheid van de achterblijvers; Alice heeft het er zichtbaar te kwaad mee. Dan gaan we op weg naar Luxemburg.
We maken een stop op het vliegveld in Brussel voor de lunch; een bordje frites met een soort kaas/kipburger.
We vertrekken op tijd uit Luxemburg. Ik heb, buiten mijn hand-bagage, circa 20 kg aan andere bagage bij me. We vliegen met een Boeiing 747. De vliegreis verloopt zonder noemenswaardige problemen. Ik heb wel een slechte nacht; achter mij zit een vrouw-mens steeds te zeuren wanneer ik mijn stoel beweeg.

Er is weinig beenruimte en ik slaap die nacht nauwelijks.

3 november

09.45 uur
In Johannesburg stappen we over op de geplande binnenlandse vlucht en met een airbus gaan we op weg naar Windhoek in Namibië. Hoewel de GGD in Zoetermeer er nogal serieus over deed, wordt er nergens tijdens de reis naar mijn vaccinatieboekje gevraagd.

12.55 uur
Aankomst in Windhoek. We maken kennis met Ben Cock, een getaande, pezige vijftiger, die kennelijk al heel wat jaartjes onder de tropenzon verblijft. Het is een opvallend mannetje. Hij draagt z’n haar in een staart, draagt een kort broekje en loopt op open sandalen. Ons vervoer voor de reis blijkt een Volkswagen-combi, met groot bagagerack op het dak. We brengen in Windhoek eerst een bezoek aan Mike Griffin, de conservator van het museum in Windhoek. Daar komen we echter tevergeefs want hij blijkt ziek te zijn. We stellen ons voor het morgen nog eens te proberen.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0701
We maken kennis met Ben Cock, een getaande, pezige vijftiger. Het is een opvallend mannetje. Hij draagt z’n haar in een staart, draagt een kort broekje en loopt op open sandalen.

Dan gaan we op weg naar de camping in het Daan Viljoenpark, circa 20 km boven Windhoek.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0080
Hier maken wij kennis met Devira, (voortaan: Dev.) de vrouw/vriendin van Ben en onze kokkin. Zij is een stevige, vriendelijke dame, van dezelfde leeftijd als Ben.

Hier maken wij kennis met Devira, (voortaan: Dev.) de vrouw/vriendin van Ben en onze kokkin. Zij is een stevige, vriendelijke dame, van dezelfde leeftijd als Ben. Evenals Ben rookt zij pijp.

We krijgen wat te drinken en laten de Afrikaanse sfeer een beetje op ons inwerken. Dev. beschikt over een houten keukenbox met daarop in grote letters “Mommies’ Box”. Dan worden de tenten verdeeld. Er blijkt vervelend veel kwaliteit- en grootteverschil in de tenten te zitten.

Omdat Henk en Mary Ben reeds van hun vorige vakantie kennen krijgen zij de grootste tent. Ik deel een groene enkeldaks tweepersoons tent met Victor Loehr. Carla en Lauran nemen mopperend het overblijvende kleine tentje.
Later blijkt dat er wat verwarring over het meenemen van de tenten is geweest. Ben dacht dat wij er zelf voor zouden zorgen en toen dat niet het geval bleek moest Dev. ze alsnog te elfder ure organiseren.
Jolien heeft een eigen eenpersoons tent bij zich.
Het blijkt dat Ben voor ieder van ons voor splinternieuwe opvouw-bare matrassen heeft gezorgd. Mijn nieuw gekochte zelfopblazende matrasje is dus eigenlijk overbodig. Ik besluit het voortaan in opgevouwen toestand als kussen te gebruiken. Dat is in de loop van deze prima bevallen.
In vergelijking tot het Nederlandse december klimaat is het hier nu warm. In de omgeving staan veel zwaar bedoornde acacia‘s. Er zijn bavianen, veel wevervogels en andere kleine vogels en ook parelhoenders op deze camping.
Volgens Ben is het niet nodig om hier malariatabletten te slikken; het hele gebied waar wij heengaan is volgens hem malariavrij. Alleen Jolien en ik slikken daarom geen tabletten (Nivaquine en Paludrine). De anderen wel. Iedereen die we het later vragen bevestigt echter dat er in deze regio geen malaria voor komt. We verkennen de directe omgeving een beetje.
We eten kipsalade met aardappelsalade en tomaten. Victor blijkt geen vlees te eten en krijgt voortaan in plaats daarvan vis uit blik. Ik ga vroeg naar bed, want het was alles met elkaar een vermoeiende dag.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0119
Ik ga vroeg naar bed, want het was alles met elkaar een vermoeiende dag.

4 november

Agama planiceps, de rotsagame.
Agama planiceps, de rotsagame.

Kamp Daan Viljoen Park: ‘s-Ochtends maken we een wandeling door een droge rivierbedding in het park. We zien enkele Namibiën Rock Agama’s (Agama planiceps); de mannetjes hebben een fel gekleurde oranje kop en staart en een blauw lichaam, de vrouwtjes hebben een gele kop en een fel oranje schoudervlek. Ook zien we veel skinken (mabuya‘s).

Tijdens wandeling vinden we twee dode koedoes. Deze zijn waar-schijnlijk gestorven als gevolg van de grote droogte van de laatste tijd en de daardoor ontstane voedselschaarste. We zien ook (levende) koedoes, hartenbeesten en springbokken.
Bavianen houden ons boven op de rotsen in de gaten. Tijdens deze wandeling raken Ben en ik de rest van de groep kwijt. We beklimmen samen een vrij steile rots en vinden in een poeltje een school van zo’n 20 kleine Tilapia‘s. Op weg naar het kamp vinden we de rest van de groep weer. In de buurt van het kamp fotografeer ik met de 200 mm. weer mooie rotsagamen; deze zijn hier erg schuw.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0545
We zien ook (levende) koedoes, hartebeesten en springbokken.

We vinden en fotograferen de Western Sandlizard (Pedioplanis undulatus) en de Kalahari Treeskink (Trachylepis spilogaster). Jan Smit, de beheerder van het Daan Viljoenpark, geeft info over een in het park veel voorkomende agressieve spugende cobra, de zebraslang, (Naja nigrocollis nigricincta); hij heeft in zijn kantoor een exemplaar op sterk water. Hij waarschuwt dat dit een van de weinige slangen is die zelf tot de aanval overgaat. Hij kan meerdere beten toebrengen vanwege zijn grote gifvoorraad. Het zou de gevaarlijkste slang in de omgeving zijn.

Het weer: Er is af en toe harde en veel wind. Om 10.30 uur is de luchttemperatuur 26 graden Celsius en de relatieve luchtvochtig-heid 47%.

‘s-Middags ondernemen we een zoektocht naar deze zebraslang. Per vrachtauto gaan we met een wildwachter door het Daan Viljoenpark naar zijn biotoop. Het is een bijzonder ongerieflijke rit. We worden achter, op de laadbak, waar weinig houvast is, behoorlijk door elkaar geschud. We moeten uitkijken voor langs zwiepende acaciatakken. Bij een riviertje werden door de wildwachters regelmatig zebraslangen gezien.

Zuid-Afrika 16
We volgen het riviertje, dat smal is en waar je op enkele plaatsen overheen kan springen, een behoorlijk eind; echter zonder resultaat.

Het hoofdvoedsel van de zebraslang bestaat uit kikkers. Vandaar zijn gebondenheid aan water. Langs rivier zien we op rotsen weer agamen. Hier maak ik foto’s van een grote troep ganzen. We volgen het riviertje, dat smal is en waar je op enkele plaatsen overheen kan springen, een behoorlijk eind; echter zonder resultaat.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0125
Na deze zoektocht fotograferen we, voor we weer op de vrachtauto klimmen, een door de arbeiders gevonden schorpioen
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0126
en een, volgens de gids behoorlijk giftige, rode duizendpoot.

Na deze zoek-tocht fotografe-ren we, voor we weer op de vrachtauto klimmen, een door de arbeiders gevonden schorpioen en een, volgens de gids behoorlijk giftige, rode duizendpoot.

Voor het eten doe ik een poging om te vissen in een kunstmatig meer, vlak bij het kamp. Als aas gebruik ik wat reepjes vlees die ik van Dev. heb gebietst. Ook probeer ik het met een spinner. Volgens Jan zou de vis nu niet bijten vanwege de grote droogte van de laatste tijd en zou zich teruggetrokken hebben in de diepe delen van het meer en in de modder. Of dat waar is weet ik niet, maar ik krijg zelfs geen beet en vang dus niets.

‘s-Avonds bij washokken zien we een Bibron’s gekko (Pachydactylus bibroni), waar we foto’s van maken. Ook zien we daar een grote spin. De meesten van ons nemen hier een heerlijke douche. Mijn nieuwe MagLite doet het uitstekend; je kunt er heel ver mee weg schijnen, ik heb er nu al veel plezier van.
We eten aardappelen met bloemkool en saucijzen. De avond is koel. We constateren dat we vergeten zijn een nieuwe poging te doen om Mike Griffin nog een bezoek te brengen. Daar is nu geen tijd meer voor.
Zolang er nog voldoende licht is schrijf ik kaarten om die morgen in Windhoek op de post te kunnen doen. Ik ga weer op tijd naar bed.

5 november

06.00 uur
We staan vroeg op. In het kamp zie je nu veel glansspreeuwen en wevervogels. ‘s-Morgens komen de bavianen vaak tot vlak bij de tenten.
Jan Smit geeft een instructie vanwege een voor ons gepland bezoek aan de Mesumkrater. Deze krater vormt een stuk natuurgebied dat men niet als recreatiegebied wenst te ontsluiten vanwege haar oorspronkelijke karakter. Om daar te komen moeten we een lange tocht door de woestijn maken en we moeten minimaal zorgen voor voldoende water.
Uitkijken voor schorpioenen en slangen! Nooit in je eentje tochten ondernemen en áltijd vóór donker in kamp terug zijn! Jan zal als gids meegaan. Volgens hem is de toegang tot de krater slechts aan een zéér beperkte groep specialisten bekend.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0443
Een nest van een wevervogel. Ditmaal nog een vrij klein nest.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0367
Maar deze nesten kunnen in de loop der tijd uitgroeien tot gigantische bouwwerken.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0420
Jan Smit begeleidt ons in zijn gele Volkswagen Golf. Hij neemt Dev. bij zich in de auto.

07.45 uur
Vertrek uit het Daan Viljoen park. Jan Smit begeleidt ons in zijn gele Volkswagen Golf. Hij neemt Dev. bij zich in de auto. Dit geeft ons in onze volgepakte combi voorlopig nog even wat extra ruimte.
We kijken nog even rond in Windhoek, waar Ben en Dev. inkopen doen. Het is een opmerkelijk schoon stadje. We bezoeken daar o.a. een boekwinkel en bekijken de aangeboden literatuur over Namibië. We gaan naar het postkantoor, kopen zegels en posten onze briefkaarten.

Dan gaan we op weg. Het gebied is droog en heeft duidelijk geleden onder het gebrek aan regen. Na Okahandja gaan we richting Karibib, waar we een stop maken. Hier bezoeken we een mineralenwinkel. Typisch een winkel voor toeristen, onder Duitse leiding. De kwaliteit van de mineralen is relatief slecht. Ze hebben wel enkele mooie stukken azuriet. Deze zijn echter verschrikkelijk duur. Opvallend zijn de fraai geslepen zilvertopazen. Ik koop een zilvertopaas van 5,1 krt. Kosten: 276 rand. (/165,00). Deze geslepen stenen zijn afkomstig van in Namibië gevonden kleurloze topaas. Dev. koopt een ring met een geslepen bergkristal. Later blijkt ook haar interesse in mooie mineralen.
Dan gaan we de Namibwoestijn in. Een heel indrukwekkende tocht. Aanvankelijk raken we Jan even kwijt. Hij rijdt eigenlijk tè ver voor ons uit. Kennelijk zijn er tussen Ben en Jan onvoldoende afspraken gemaakt over het rijden van deze route, Later blijkt dat we toch op de goede weg zitten. We maken een stop bij het Spitskop Gebergte. Er komen twee “locals”, een man en een vrouw, naar ons toe met ruwe mineralen, waaronder witte en blauwe topaaskristallen en kwartsen. Ik koop een prachtige heldere topaaskristal voor 40 rand (f 24,00). Jan Smit is erg enthousiast over mijn aankoop. Omdat we nog zo aan het begin van de vakantie zitten koop ik er niet meer. Ik heb tenslotte voor de hele vakantie maar f 1.600,00 zakgeld bij me. Later krijg ik daar wel een beetje spijt van. Carla koopt op mijn aanraden een mooie groep rookkwartsen. Ze krijgt twee losse kristallen cadeau, waarvan ze er één aan mij geeft. Het liefst zouden de “locals” ruilen tegen (ingeblikt) voedsel. Op deze van de bewoonde wereld ver afgelegen locatie is daar niet zo gemakkelijk aan te komen.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0257
Er komen twee “locals”, een man en een vrouw, naar ons toe met ruwe mineralen, waaronder witte en blauwe topaaskristallen en kwartsen.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0062 topaaskristal
Ik koop een prachtige heldere topaaskristal voor 40 rand (f 24,00). Jan Smit is erg enthousiast over mijn aankoop.

12.40 uur
Metingen: Luchttemperatuur 30 graden; RV37%.

13.00 uur
We vinden en fotograferen de Short Headed Sand Lizard (Pedioplanis breviceps) onder een struik. Aanvankelijk vlucht het dier razendsnel van struik naar struik. Het is echter snel moe en laat zich even later zelfs, met steen en al waar hij op zit, optillen. Mary maakt met mijn eigen camera hier een foto van. Na afloop van de fotosessie laten we het dier weer gaan. Herman in den Bosch heeft gevraagd om dit soort dieren voor hem mee te brengen ten behoeve van een studie, maar in dit prille stadium van de reis zou het onverantwoord zijn het dier nu al voor hem te vangen.
Opvallend in deze woestijn zijn de fraaie korstmossen waarvan we allerlei variëteiten zien; rode, groene gele en zwarte. Voor het overige is het een vrij eentonige weg met heel weinig planten. Het is hoofdzakelijk een kale zand- en steenwoestijn.
Later op de dag krijgen we een heel klein beetje regen.

Opvallend in deze woestijn zijn de fraaie korstmossen
Opvallend in deze woestijn zijn de fraaie korstmossen.
korstmossen waarvan we allerlei variëteiten zien; rode, groene gele en zwarte.
korstmossen waarvan we allerlei variëteiten zien; rode, groene gele en zwarte.

17.00 uur
We kamperen die avond bij de kust in Hentiesbaai, op het strand, dicht bij de zee. Carla en Lauran krijgen voortaan de tent van Ben en Dev., die zullen voortaan in de combi slapen. De avond is koud en het is mistig. We zetten onze tent achter een washok op om enigszins uit de wind te staan. Ook de nacht is koud.

6 november
Hentiesbaai. Alles is koud en nat. We vertrekken nu op weg naar de Mesumkrater. Het eerste stuk gaat langs de kust. Het zeeleeuwenreservaat bij Cape Cross blijkt gesloten te zijn. Dit reservaat zullen wij op de terugweg nogmaals bezoeken. Daarna slaan we plotseling rechtsaf de woestijn in.
Ben vraagt aan Jolien om de route nauwkeurig te noteren en te beschrijven, omdat hij wil proberen voor wat betreft deze tocht in de toekomst niet meer afhankelijk van Jan te zijn.
Jan rijdt eerst een verkeerde route, waardoor we veel tijd verliezen. We zitten midden in de woestijn en komen hier geen sterveling tegen. Onderweg zien we jakhalzen. Het is droog en heet. We hebben geen radio en je moet er niet aan denken om hier ernstige autopech te krijgen. Volgens Jan heeft hij onze tocht de woestijn in wel bij de autoriteiten in Windhoek gemeld. Bij terugkomst zal hij ons weer “in” melden.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0433
Het eerste stuk gaat langs de kust. Het zeeleeuwenreservaat bij Cape Cross blijkt gesloten te zijn.

10.50 uur
Bodemtemperatuur 45 graden Celsius.

11.00 uur
Luchttemperatuur 26 graden; RV51%.

14.00 uur
Luchttemperatuur 25 graden; RV55%.Bodemtemperatuur 47 graden.

De tocht door deze steenwoestijn is indrukwekkend. We volgen het oude spoor van een ander voertuig. Jan blijkt zich, voor wat betreft de ingang in de krater, te richten op een alleenstaande rots die we later “kopje alleen” noemen. Over het algemeen is de “weg” niet slecht, vanwege het vlakke terrein en het grove steengruis. Zo nu en dan gaat het gedwongen stapvoets vanwege de grotere steenblokken en de kuilen hier en daar.
Onderweg vinden we weer de Short Headed Sand Lizard (Pedioplanis breviceps). Overal zie je de korstmossen waar ik het al eerder over had. Deze kleuren het totaalbeeld van het landschap, dan weer rood en dan weer zwart.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 De tocht door deze steenwoestijn is indrukwekkend.
De tocht door deze steenwoestijn is indrukwekkend.

15.00 uur
Kort voordat we de krater ingaan stoppen we bij een rotsformatie. Hier vinden we de Western Sand Lizards (Pedioplanis undulatus) en de Wedge Snouted Skinks (Mabuya acutilabris). We zien ook een vrij forse, groenige gekko. Deze kunnen we helaas niet fotograferen, omdat hij te snel tussen de rotsblokken verdwenen is. We kunnen echter maar kort blijven en kunnen niet uitgebreid naar dieren zoeken. Er moeten hier echter wel veel reptielen zitten, als je er in zo korte tijd al zoveel ziet.
Onderweg zien we de eerste Welwitschia‘s.
Altijd wanneer we onderweg takken of ander hout zien dat geschikt lijkt om onder de barbecue te branden stoppen we even om het mee te nemen. Ben is daar nogal attent op omdat hij anders hout moet kopen. Dat hout is meestal niet zo goed van kwaliteit volgens Ben.

Zuid-Afrika 10
Welwitschia mirabilis is de enige plant die wordt gerekend tot de familie Welwitschiaceae, een monotypische familie met slechts een geslacht en slechts een soort. De plant komt voor in de kuststreken van Angola en Namibië. De plant is vernoemd naar Friedrich Welwitsch.
Zuid-Afrika 13
De plant heeft slechts twee bladeren en groeit zeer langzaam. De bladeren zitten aan een korte stam. In het gebied waar de plant groeit, regent het maar weinig. De jaarlijkse regenval van ongeveer 1-100 mm is ontoereikend voor de plant. Ook condensatie van mist, wat leidt tot een neerslagequivalent van 50 mm, is ontoereikend. De plant haalt haar water vooral uit ondergrondse waterbronnen en -stromen.

De Mesumkrater is bijzonder indrukwekkend. Opvallend zijn de verweerde rotsformaties. Deze verwering hier en ook elders in het landschap wordt sterk bevorderd door het grote verschil in dag- en nachttemperatuur. Het krimpen en uitzetten van de steen als gevolg van deze temperatuurverschillen “sloopt” complete rotsformaties en dit effect is overal heel duidelijk te zien. Het geheel geeft de indruk van een “maanlandschap”. We zijn hier heel nadrukkelijk écht helemaal alleen. Er zijn geen andere geluiden dan die uit de natuur.
We slaan onze tenten zomaar ergens op, met de kop tegen de wind in. Het waait hard die avond en we hebben veel last van stuifzand in de tenten.
Voor degene die “naar het toilet moet” staat er een schop naast de combi, met het vriendelijk verzoek om het gat weer dicht te gooien en geen papier te laten slingeren.

 

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0276
We slaan onze tenten zomaar ergens op, met de kop tegen de wind in. Het waait hard die avond en we hebben veel last van stuifzand in de tenten.

18.00 uur
Luchttemperatuur 23 graden; RV47%. Er is veel wind; heldere lucht.
In de krater vinden we de Namib Day Gekko (Rhoptropus afer). Deze zijn razendsnel en vluchten van steen naar steen, waar ze onder “duiken”. We vangen ze door die stenen snel op te tillen en toe te grijpen en fotograferen er een paar.
De kraterbodem blijkt bezaaid te liggen met kwarts en losse bergkristallen.
Het is de moeite waard om hier wat leuke stukken te zoeken. Ik kan alleen lang niet alles wat ik vind meenemen omdat mijn bagage in het vliegtuig dan veel te zwaar zou worden. Met heel veel spijt laat ik overal van alles achter.

Zuid-Afrika 11
In de krater vinden we de Namib Day Gekko (Rhoptropus afer). Deze zijn razendsnel en vluchten van steen naar steen, waar ze onder “duiken”.

7 november
06.25 uur Luchttemperatuur 14 graden; RV 78%; bodemtemperatuur 14,7 graden.

We verkennen de omgeving. We vinden veel Euphorbia’s en er zijn overal fraaie rotsformaties. We zien hier en daar sporen van bergzebra‘s. Overal vluchten de daggekko’s onder de stenen.
Ik vind veel kwarts en losse bergkristallen, ook vind ik sporen van rookkwarts en enkele bushmen gereedschappen; waarschijnlijk schrapers en pijlpunten of iets dergelijks. Door het lange liggen in de woestijn zijn alle stenen min of meer oranje van kleur geworden.

12.00 uur
Luchttemperatuur 29 graden; RV31%;bodemtemperatuur 41 graden.

We maken een rit naar een ander deel van de krater waar veel Welwitschia’s staan. Vanwege de grote droogte zijn dit naast Euphorbia’s vrijwel de enige planten in deze omgeving die nog leven en enigszins groen zijn. We vinden zowel mannelijke als vrouwelijke plant planten. Op deze planten vinden we de Welwitschiawantsen, zowel volwassen dieren als nimfen. Deze nimfen zijn rood. Mary, Lauran en Victor verzamelen zaden.

Namibie oo2
Namaqua kameleon (Chamaeleo namaquensis)
ZA06404
Het dier verkleurt direct donker wanneer de eerste foto’s worden genomen.

 

 

Op een dode, uit- ge-droogde Euphorbia vinden we een eenzame Namaqua kameleon (Chamaeleo namaquensis). Het dier verkleurt direct donker wanneer de eerste foto’s worden genomen.

Wanneer Henk hem beetpakt probeert hij te bijten. Om hem niet al te erg te stressen laten we hem na korte tijd maar met rust. In een ander deel van de krater vinden we rotstekeningen van bushmen uit het stenen tijdperk. Ook hier vind ik dezelfde soorten bushmen gereedschap. Ze zijn van zwarte, gladde steen en kwarts. Door de gekartelde randen en de driehoekige vorm vallen ze behoorlijk op tussen al het natuurlijk materiaal. Wanneer je de moeite neemt om een half uurtje te zoeken, vind je altijd wel wat. Vanwege de grote hitte en de droogte vinden we erg weinig reptielen.

In een ander deel van de krater vinden we rotstekeningen van bushmen uit het stenen tijdperk.
In een ander deel van de krater vinden we rotstekeningen van bushmen uit het stenen tijdperk. Boven: De grot waar we ze aantroffen.
Rotstekeningen die we vonden in de Mesumkrater.
Rotstekeningen die we vonden in de Mesumkrater.

ZA01902
We zoeken nog op een plaats waar pofadders zouden zitten, maar ook hier vinden we ze niet. Wèl vinden we overal “tokkies”, kleine aan het woestijnleven aangepaste kevertjes, die ‘s-ochtends met hun achterlijf omhoog gaan staan om zo de naar hun kop afglijdende dauwdruppeltjes op te vangen. Ze worden ook wel kopstaandertjes genoemd.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0296
Wèl vinden we overal “tokkies”, kleine aan het woestijnleven aangepaste kevertjes.

We vinden zwarte, witte en zwart/witte variëteiten.
Jan Smit is blij verrast door mijn klaarblijkelijke interesse in mineralen. Het blijkt ook zijn grote interesse en specialiteit te zijn. Hij brengt ons naar een plaats in de krater waar volgens hem unieke obsidiaankristallen te vinden zouden zijn. Na enig zoeken vinden we inderdaad wat stukjes van zwarte ondoorzichtige kristallen. In totaal vind er een stuk of 10. Ik neem ze allemaal mee.

Die avond is er weer veel wind en opwaaiend zand en de nacht is koud en mistig. We horen ‘s-nachts jakhalzen en hyena’s. Wat we echter niet horen zijn de gekko’s, die je volgens Jan in koor zou moeten horen “klikken”. Ongetwijfeld bedoelt hij hiermee de “blafgeitjes” (Ptenopus garrulus) die we elders later wel hebben gehoord.
Jan drinkt veel, soms wel anderhalve liter whisky per dag. Daarnaast rookt hij. Ben en Jan zijn helemaal verzot op de sigaren van Lauran.
Als het donker wordt sluit Ben een draagbare T.L. lamp aan op de accu van de combi. We zitten dan iedere avond bij het dovende vuur van de barbecue na te praten over de belevenissen van de afgelopen dag.

blafgeitjes" (Ptenopus garrulus)
Ongetwijfeld bedoelt hij hiermee de “blafgeitjes” (Ptenopus garrulus) die we elders later wel hebben gehoord.

8 november
In de ochtend is alles, in en rondom de tent, kletsnat van de mist. Zéér ongeriefelijk. De RV is 90%. We ontbijten, zoals gewoonlijk, met broodjes, die uit de koelbox worden gehaald en rusks, een harde soort beschuit. Meestal zijn er ’s ochtends ook cornflakes en fruit uit blik. Er is altijd koffie en thee te drinken. Victor en ik verwerven naam als “grote eters”. Meestal zijn we vooraan in de rij te vinden. Jan rijdt mij nog een keer privé door de krater rond in zijn Golf om verschillende plaatsen waar hij eerder is geweest te bezoeken, om kristallen te vinden. We vinden verschillende mooie groepjes bergkristallen. Jan had vroeger een aantal “claims” in de krater waar hij bergkristallen opgroef voor de handel. Dit heeft hij echter opgegeven omdat hij het karakter van de krater geen geweld wilde aandoen. Jan is helemaal weg van deze plek en kent het hier “op z’n duimpje”. Iedere claim, circa een hectare, kostte toen 100 rand per maand.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0341
Jan rijdt mij nog een keer privé door de krater rond in zijn Golf om verschillende plaatsen waar hij eerder is geweest te bezoeken, om kristallen te vinden. We vinden verschillende mooie groepjes bergkristallen.

Voor ieder vertrek moet de combi weer op- en ingeladen worden. Dat is steeds weer een hele klus. Meestal gaat Lauran het dak op om de boel te verdelen en op te binden. Tegen het stof gaat er een groot rood zeil over de bagage. Ben is niet blij met de grote hoeveelheden bagage die we bij ons hebben. Volgens hem is er met Henk afgesproken dat we per persoon niet meer dan 10 kg. mee zouden nemen. De meesten hebben wel het dubbele bij zich. Volgens Henk is deze afspraak niet gemaakt. De combi is behoorlijk volgeladen en dit zal voor het vervolg van de reis nog het een en ander aan lekke banden opleveren. Naarmate de reis vordert wordt het in- en uitladen en ook het opzetten van de tenten steeds meer routine.

We rijden de krater uit op weg terug naar de zeeleeuwen bij Cape Cross.

Onderweg nemen we afscheid van Jan Smit. We betalen hem zijn benzinekosten, zoals kennelijk afgesproken. Jan zegt mij toe te zijner tijd op bestelling mineralen en dieren te willen verzenden. Ook belooft hij mij een aantal slijpbare topazen te zullen opsturen.

Namibie - een grote vetplant, een Pachypodium
Deze zogenaamde “halfmens” is een grote vetplant, een Pachypodium, met meestal twee, op menselijke armen lijkende, zijtakken.

Tijdens het rijden zien we een plant met een mensachtig uiterlijk, maar we stoppen niet omdat Ben beweert dat we er later nog veel zullen zien. Dit blijkt achteraf helaas echter niet het geval te zijn. Deze zogenaamde “halfmens” is een grote vetplant, een Pachypodium, met meestal twee, op menselijke armen lijkende, zijtakken.

11.00 uur
Aankomst bij Cape Cross. Het zeeleeuwenreservaat; het krioelt er van, het zijn er zo te zien duizenden. De zeeleeuwen zijn volgens zeggen dit jaar erg vroeg met het werpen van jongen. Het is een indrukwekkend grote kolonie met veel jongen. Ze maken een enorm kabaal en het stinkt er.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0012
We zien pluvieren die in groepjes aan de nageboorte van een net geboren zeeleeuwtje lopen te trekken.

De mannetjes zijn actief en verdedigen hun harems. We maken veel foto’s. We zien pluvieren die in groepjes aan de nageboorte van een net geboren zeeleeuwtje lopen te trekken. Het is niet bepaald een fraai gezicht, maar ze doen hiermee geen kwaad. Sterker nog, ze ruimen op!
Je moet hier wel achter een scheidingsmuur blijven en mag je niet tussen de zeeleeuwen zelf begeven. Alles met elkaar is het een prachtig tafereel.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0007 Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0008 Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0009 Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0011

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 027813.00 uur
Na dit bezoek gaan we terug naar Hentiesbaai om te tanken en boodschappen te doen.
Hierna vertrekken we naar Schwakopmund. Een plaatsje aan de kust waar we drie “bungalows” huren. Het is heerlijk om na de periode in de woestijn te kunnen douchen en wat kleren te kunnen wassen.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0438Op dit bungalowparkterrein is een grote kantine met kampwinkel en hier koop ik wat ansichtkaarten en bel ik Alice in Nederland.
Er zijn hier veel pelikanen. Deze zitten op de huisjes en op de lantaarnpalen. Ik fotografeer er een paar. Met Victor maak ik een wandeling, op zoek naar reptielen. We vinden slechts één, een mabuya.

9 november
Direct na Schwakopmund stoppen we bij een klein moeras waar we een aantal roze flamingo’s zien. Deze zijn vrij schuw en ik fotografeer ze met m’n 5OO mm.

ZA01503

Ik vind een sandlizard in de struiken, maar deze is tè schuw om te kunnen fotograferen. Lauran wordt belaagd door teken.
Ook fotografeer ik hier nog enkele grote mieren die ik onder een grote steen vind.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0519
Ook fotografeer ik hier nog enkele grote mieren die ik onder een grote steen vind.

We maken een stop bij de oase Goanikontes.
Deze oase is vrij groen met veel palmbomen. We vinden een ons onbekende soort jonge skink (mabuya ?) in een waterput. Er zijn hier weer veel vogels.
Hierna vertrekken we richting Hotsas in het Namibische deel van het Naukluft Park. Aan de voet van rotsformaties vinden we de Variegated Mabuya (Mabuya variegata). Dit is een tamelijk algemeen voorkomende soort. We besluiten de bekende grote Welwitschia (voor het bekende hek) in het park niet te bezoeken. We moeten dan een te grote omweg maken en we hebben er al genoeg gezien.

De wegen zijn over het algemeen niet slecht maar het vervelende is dat veel het zogenaamde “wasbordeffekt” (ribbelstruktuur) vertonen. Hierdoor wordt de auto permanent over lange afstanden door elkaar geschud en heeft hiervan behoorlijk te lijden. We moeten de bouten van het bagagerack regelmatig controleren en vastzetten. Bij Hotsas stoppen we en fotograferen we o.a. sandlizards en een skink.
Er ligt hier weer veel kwarts met hier en daar wat bergkristallen erin. Daarnaast vind ik zwarte toermalijnachtige kristallen en mica.

We rijden langs het maanlandschapachtige gebied van de Kuiseb Canyon. Op verschillende plaatsen stoppen we voor het maken van foto’s. De verscheidenheid in steenformaties is fantastisch om te zien.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0458
We rijden langs het maanlandschapachtige gebied van de Kuiseb Canyon.

We zien weer mabuya’s en sandlizards.
Bij de Kuiseb River Bridge stoppen we en slaan we ons kamp op in de buurt van een uitgedroogde rivierbedding. We zien hier koedoes en horen ‘s-avonds hyena’s en bavianen. Het betreft hier een zéér primitieve kampeerplaats met enkel een paar toilethokken, die erg smerig zijn. Op het dak van de toiletten liggen veel gekko-uitwerpselen. We zien ze echter niet. Victor en ik maken nog een wandeling langs en door de uitgedroogde rivier. Hier verzamelen we diverse peulen met zaden van acacia’s. Onze tent staat onder een acacia. Ook hier zien we weer veel verschillende vogels.

19.00 uur
Luchttemperatuur 26,5 graden; RV33%;bodemtemperatuur 27,1 graden.

10 november

09.00 uur
Luchttemperatuur 23 graden; RV29%;bodemtemperatuur 35,5 graden in de zon en 23,5graden in de schaduw.

We maken nogmaals een wandeling. In de verte zien we onze eerste oryx.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 We maken nogmaals een wandeling. In de verte zien we onze eerste oryx.
We maken nogmaals een wandeling. In de verte zien we onze eerste oryx.

09.15 uur
Vertrek. We rijden weer door een canyonachtig landschap. Het is droog en er vrijwel geen bewolking.

In Solitaire stoppen we om wat te drinken. In de bomen zien we veel wevervogels en ook rosseicollis Agapornissen (kleine papegaaitjes). Solitaire is een heel klein plaatsje. Er is noch brood, noch water te krijgen.

Namibie- Zuid Afrika, rosseicollis Agapornissen (kleine papegaaitjes).
In de bomen zien we veel wevervogels en ook rosseicollis Agapornissen (kleine papegaaitjes).

‘s-Avonds horen we het geluid van tientallen, misschien wel honderden “blafgeitjes”. We gaan ernaar op zoek met onze lampen, maar wanneer je te dicht in de buurt komt houden ze zich stil. Ook het bij de holen wachten tot ze tevoorschijn komen, levert niets op. Wanneer je beweegt, schuift het geluid van de gekko’s als het ware voor je uit.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0149
‘s-Avonds horen we het geluid van tientallen, misschien wel honderden “blafgeitjes”.

11 november

07.00 uur
Luchttemperatuur 18 graden; RV33%;bodemtemperatuur 19 graden. Het is windstil en half bewolkt. Temperatuur 15cm in de grond is 23.5 graden.

08.30 uur
Op weg voor een bezoek aan de zandduinen van Sossusvlei. We laten het kamp gewoon achter. Camera’s, papieren en onze bagage liggen onbewaakt in onze gesloten tenten. Wel neem ik vrijwel altijd mijn paspoort en retourtickets mee. Onderweg zien we veel springbokken en oryxen. Tegen de achtergrond van de vaak oranje zandduinen levert dit fraaie taferelen op.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0026
Onderweg zien we veel springbokken en oryxen. Tegen de achtergrond van de vaak oranje zandduinen levert dit fraaie taferelen op.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0017 Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0019 Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0025

10.00 uur
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0016Vertrekken we te voet naar de Vleiduinen. De auto blijft op een parkeerterrein achter. Ik draag een rugtas en een camera bij me. De veldfles is gevuld met water. Het is een lastige tocht. Door het rulle zand waarin je wegzakt is de wandeling vrij zwaar. Er is een pad, maar zodra je daar van afwijkt raak je gemakkelijk de weg kwijt. We zien allerlei verschillende acacia’s met allerlei verschillende peulen.

Dev., Carla en Victor haken onderweg af. Jolien gaat haar eigen weg. Ik zie met Henk, Mary en Lauran op een afstand een aantal prachtige oryxen onder een acacia staan. Mary en ik gaan erheen om ze te fotograferen. Op de terugweg naar de anderen vinden we groene ronde vruchten in een doornachtige struik. Ik snijd ze af en Dev. vertelt later dat het een weliswaar eetbare, maar niet erg lekkere vrucht (Nara – Acanthosicyos horridus) is, die hoofdzakelijk door dieren (bavianen) wordt gegeten. Mary neemt één van de vruchten mee.

We zien ook een aantal struisvogels en springbokken. De tocht, heen en terug, duurt iets minder dan vier uren, en is behoorlijk zwaar vanwege het rulle zand en de hitte.

10.30 uur
Terug in kamp Sesriem.

Luchttemperatuur 32 graden; RV30%; bodemtemperatuur 60 graden.

‘s-Avonds weer het geluid van honderden blafgeitjes. Victor weet er één te vangen. Deze fotograferen we en laten hem daarna op dezelfde plek weer vrij. Verder zoeken levert niets op. Later horen we dat een methode om ze gemakkelijk te vangen is; met een auto over het terrein rijden en iemand achter de auto laten meelopen en dan de door de druk en trilling vluchtende blafgeitjes simpelweg vangen.

12 november

08.00 uur
Vertrek richting Keetmanshoop. We gaan eerst in de richting van Mariental. Op een stopplaats vinden we weer de Kalahari treeskink.

We krijgen onderweg een klapband en moeten een nieuwe kopen in Keetmanshoop.

18.00 uur
Aankomst in Quivertree forest, niet ver van Keetmanshoop. De beheerder geeft nog enige uitleg over de aanwezige planten. Er zijn twee typen quivertrees. Sommige zijn wel 300 jaar oud. Het betreft een karakteristieke aloë op stam. Ze staan verspreid over het gehele rotsachtige terrein en vormen een opvallend silhouet.
Hier slaan we ons kamp op, op de plaatselijke camping. De beheerder en zijn dochtertje rijden beiden op een terreinmotor. Het meisje rijdt op soort miniterreinmotor.
We staan op een tiental meters van een klein kerkhofje vandaan. Er lopen geiten op het terrein en er is een kleine drinkwaterplaats in de buurt. Op de rotsen waar de quivertrees tussen groeien vinden we agamen (Agama anchietae), mabuya’s (Trachylepis sulcata ansorgei) en de bibrons’ gekko (Pachydactylus bibroni).
Tegen de avond maken we prachtige opnamen van quivertrees tegen een oranje lucht bij de ondergaande zon. We horen het geluid van een nachtzwaluw en later zien we er duidelijk één in het licht van een flashlight.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0305
Het betreft een karakteristieke aloë op stam.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0306
Ze staan verspreid over het gehele rotsachtige terrein.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0308
Tegen de avond maken we prachtige opnamen van quivertrees tegen een oranje lucht bij de ondergaande zon.

‘s-Avonds vinden we bij het afwasblok buiten nog een gekko (Pachydactylus serval). Deze kunnen we niet direct fotograferen en later vinden we hem niet meer terug.
Afwassen doen we bij toerbeurt. Iedereen houdt zelf een beetje in de gaten wanneer het zijn of haar beurt is om af te wassen. Zo niet, dan wordt je daar vanzelf vriendelijk op geattendeerd.
Wanneer we bij het kampvuur en het campinglicht zitten zien we dieren “rondrennen” die aanvankelijk op harige muizen lijken. Het blijken grote rolspinnen (Solpuga lethalis), behorend tot de Solifuge en ook wel Baboonspider of Sunspider genoemd, die kennelijk aangelokt worden door het licht. We zien verschillende grote exemplaren en ook kleintjes. We vangen er één en fotograferen deze. Later vangen we ook nog een schorpioen, die we de volgende dag fotograferen en daarna weer vrij laten. Deze rolspinnen zijn niet erg giftig, maar kunnen behoorlijk heftig bijten met hun onevenredig grote kaken. Door snel rond te rennen vangen ze prooien. Ze vangen allerlei insecten en zelfs kleine hagedissen. Ze zijn zowel overdag als in de avonduren actief.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0309
Ze hebben zoals veel andere spinachtigen acht poten en twee zeer lange pedipalpen. De mannetjes kunnen poten van wel 13 cm lang hebben en tot 50 gram wegen. Er zijn ongeveer 1100 soorten rolspinnen bekend. Ook de kaken zijn erg groot, deze kunnen bij volwassen exemplaren bijna een derde van het lijf uitmaken.

13 november

05.00 uur
Victor en ik staan meestal vroeg op. Meestal is Victor het eerst en ga ik er ook maar uit. We hebben afgesproken vroeg te vertrekken, maar willen toch nog even proberen wat reptielen te vinden. We breken snel onze tent af en gaan op zoek naar dieren.
Bij het vertrek willen Lauran en Mary nog stekken kopen. De laatste blijken helaas net gisteren te zijn verkocht. De beheerder heeft er nog één in z’n eigen tuin staan, die hij afstaat. Lauran mag deze hebben.

07.05 uur
Luchttemperatuur 23 graden; RV18%;bodemtemperatuur 24,7 graden.

Er staat een beetje wind en de lucht is onbewolkt.

08.45 uur
Vertrekken we met als doel het Kalahari-gemsbok park. We maken onderweg een stop in Aroab.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0471
Eerst gaan we nog naar een plaats met een heel typisch steenlandschap.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0470
de stenen liggen in grote blokken als gestapeld op elkaar.

Eerst gaan we nog naar een plaats met een heel typisch steen- landschap; de stenen liggen in grote blokken als gestapeld op elkaar.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0469
Het terrein is particulier eigendom. Ook hier staan overal quivertrees.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0389
Overal liggen grote brokken rozenkwarts.

Het is een heel wonderlijk gezicht. Het lijkt wel of je hier op een andere planeet bent.
Het terrein is particulier eigendom. Ook hier staan overal quivertrees.

Vervolgens maken we een kleine omweg naar een plaats in de bergen, waar één hele bergtop witrose is, de zogenaamde “pink mountain”. Deze bestaat voor een groot deel uit rose kwarts. We vinden daarvan grote blokken en ik maak foto’s en neem een paar schilfers mee. Rozenkwarts is nu niet direct een bijzonder waardevolle steen en de kwaliteit die we vinden is matig tot zéér slecht. Maar wèl indrukwekkend vanwege de grote hoeveelheid die er ligt.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0390
We vinden grote blokken rozenkwarts en ik maak foto’s en neem een paar schilfers mee.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0568
Zo zie je beter wat een enorme brokken het zijn.

14.00 uur
Grensoversteek naar Zuid-Afrika bij Rietfontein. De grensoversteek gaat uitermate soepel. Er is geen enkele sprake van onvriendelijkheid; integendeel.

16.00 uur
Aankomst bij de ingang van het Kalahari-gemsbok park: Twee Rivieren.

Er is hier een winkel en er is een camping. We willen echter door naar het kamp in het park, de Nossob camping. Hiervoor moeten we nog een behoorlijk eind rijden. Victor koopt een schildpaddenboek. We besluiten door te rijden naar de Nossob camping, in het park. Hiermee komen we echter ook in een tijdprobleem. We besluiten wel door te zetten maar niet meer voor, wat we ook zien, te stoppen. Na een droogteperiode van circa drieëneenhalf jaar, is de lucht nu opeens dreigend zwart, het onweert en we zien overal om ons heen zware buien vallen. Een bijzonder fraai gezicht. Met korte tussenpozen zien we bliksemflitsen aan de horizon.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0314
Na een droogteperiode van circa drieëneenhalf jaar, is de lucht nu opeens dreigend zwart, het onweert en we zien overal om ons heen zware buien vallen.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0315
Er staan grote plassen water op de weg waardoor we hier en daar langzaam moeten rijden.

Onderweg zien we kuddes gnoes, springbokken en oryxen. Ook zien we bruine hyena’s, woestijnvossen en jakhalzen. We zien een leeuw met enkele leeuwinnen. We stoppen echter niet. Foto’s maak ik met de 210 mm, vanuit de rijdende auto, meestal van grote afstand.
Er staan grote plassen water op de weg waardoor we hier en daar langzaam moeten rijden.
We komen net op tijd bij de poort van de camping aan. Ben maakt wat onduidelijk kabaal tegen de leiding over de slechte weg. Het komt er eigenlijk op neer dat hij doodmoe is na de lange, uitputtende rit.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0317
Ook zien we bruine hyena’s, woestijnvossen en jakhalzen.

14 november

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0481
Het begint al direct met een groep stokstaartjes
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0482
die we van dichtbij in het tegenlicht kunnen fotograferen.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0486
Onze eerste agame (Agama aculeata) op de grond.

We maken ‘s-ochtends een tocht met Lauran als chauffeur. We rijden heel langzaam en stoppen nu voor werkelijk alles wat we willen zien. Het begint al direct met een groep stokstaartjes die we van dichtbij in het tegenlicht kunnen fotograferen. Even later zien we een paar woestijnvossen. Deze zijn vrij schuw.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0155
Kort daarna zien we onze eerste agame (Agama aculeata).
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0157
Later zien we er veel meer, meestal op struiken, in de zon.

Kort daarna zien we onze eerste agame (Agama aculeata) op de grond. Later zien we er veel meer, meestal op struiken, in de zon. We kunnen ze met de auto tot vrij dichtbij benaderen en fotograferen. Hier en daar zien we een sandlizard wegschieten.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0484
gnoes.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0546
springbokken.

‘s-Middags maken we nog een tocht, nu gaan Ben en Dev. wel mee. We zien veel springbokken, oryxen en gnoes. We zien ook een drachtige leeuwin die we tot vrij dichtbij kunnen benaderen. Dev. had eigenlijk de andere kant van het park willen bezoeken omdat ze daar meer wild, waaronder cheetah’s had verwacht. Die zien we nu niet. Terug op de camping doen we een middagje rustig aan.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0542

We zien een grondeekhoorn onder een struikje. Hij gebruikt z’n staart zo nu en dan als paraplu tegen de zon en scharrelt daar wat rond. Door hem met voedsel te lokken komt hij dichterbij. Even later zien we een gele mangoeste met felle roodbruine ogen

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0488a
een grondeekhoorn onder een struikje.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0492
een gele mangoeste met felle roodbruine ogen.

rondscharrelen. Ook dit dier laat zich verleiden tot het aanpakken van wat voedsel. We volgen hem over de campingplaats. Het dier probeert, waarschijnlijk op zoek naar voedsel, “in te breken” in de tent van een caravan”. Even later vindt hij aansluiting bij een tweede gele mangoeste en zijn ze weg.

‘s-Avonds gaan we opnieuw op zoek naar blafgeitjes; weer horen we ze overal, maar vinden ze niet.

15 november

06.00 uur
We breken ons kamp vroeg af omdat we een lange rit voor de boeg hebben. We echter zijn niet van plan om ons te haasten bij het verlaten van het park. Vrij snel na het afrijden van de campingplaats zien we weer woestijnvosjes. Even later zien een honingdas rondscharrelen. Dit vinden we behoorlijk uniek en daarom besteden wij daar wat tijd aan. Hij komt echter niet erg dichtbij. Ik fotografeer met de 500mm. Onder moeilijke lichtomstandigheden; ik heb niet veel vertrouwen in het resultaat, maar wanneer krijg ik zo’n kans weer? Even later zien we een wilde kat. Ook deze kunnen we slechts vanaf een grote afstand volgen.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0549
Even later zien een honingdas rondscharrelen.

13.00 uur
Aankomst bij de uitgang van het Kalahari-gemsbok park Rietfontein.
We stoppen om te tanken en nog enkele souvenirs te kopen. Het schildpaddenboek dat ik wil kopen blijkt uitverkocht, op een beschadigd exemplaar na. Ik kan wel korting krijgen, maar ik geef er de voorkeur aan later een goed exemplaar te kopen. Ik koop, omdat ik geen foto’s maak, maar dia’s, weer enkele briefkaarten als aandenken.
De grensovergang levert ook deze keer geen problemen op. We treffen dezelfde ambtenaren.
Ons plan is om in Aroab te kamperen. Ondanks de informatie op de kaart, blijkt hier geen camping aanwezig te zijn.

Een plaatselijke politieagent biedt aan dat we bij hem thuis kunnen overnachten. We mogen van alle faciliteiten gebruik maken. Zijn vrouw blijkt een zenuwachtig mager blond Afrikaans persoontje, dat kennelijk nogal opgewonden is van alle drukte. Zij hebben een baby en twee honden. Hij is gek op countrymuziek en die horen we dan ook de hele avond. Ben en Dev. maken eten op de barbecue en alles met elkaar is het een sfeervolle avond, die tot laat duurt. Er komt nog een aantal kennissen en familie van de politieman even kennismaken.

Om 10uur gaat in het hele dorp het licht uit omdat alle elektriciteit wordt afgezet. Wij zetten de avond voort met kaarslicht. Henk en Mary, en Victor en Jolien, bezetten de twee logeerkamers. Ik slaap op de gang en Carla en Lauran slapen in de woonkamer. Ben en Dev. slapen zoals gewoonlijk in de combi.

Aroab is een kleine plaats waar circa 2.000 mensen wonen, waaronder 18 blanken. Onze politieman (Serg. L.J. de Haan), is “second in charge” en maakt deel uit van een groep van drie politiemensen. Hij is er de enige blanke.
Er wordt ons afgeraden om hier brieven op de post te doen omdat deze pas de volgende week worden opgehaald. Van hieruit zou post er circa drie weken over doen in Nederland te komen.

16 november

05.00 uur
Iedereen schrikt wakker omdat we gisteren alle geluidsapparatuur en de verlichting gewoon in de “aan”stand hebben laten staan. De elektriciteit wordt op dit tijdstip iedere dag weer ingeschakeld. Onze politieman moet om 8.00u op zijn werk verschijnen.

06.00 uur

We staan op en gaan ons wassen en aankleden. We laden de auto weer op voor vertrek. Ben geeft onze politieman 40 rand als vergoeding voor de onkosten. Deze neemt dat probleemloos aan; het is kennelijk een gebruikelijke vergoeding.

09.30 uur
Luchttemperatuur 16 graden; RV 30%; bodemtemperatuur 20 graden.

Onderweg, richting Keetmanshoop, stoppen we om een veld van mooie gele bloemen te fotograferen. We zien onder meer een snelle kleine donkere slang en weer mabuya’s. Ook vinden we de Spotted Desert Lizard (Meroles suborbitalis) die op dit tijdstip dus blijkbaar al actief is.

11.00 uur
Komen we aan in Keetmanshoop waar we inkopen doen.

12.45 uur
Bereiken we Fish river canyon, een prachtig gebied dat grote indruk maakt. De Fish river canyon is de op de Grand Canyon in Amerika na grootste canyon ter wereld. Hij is circa 90 km lang.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0382
De Fish river canyon is de op de Grand Canyon in Amerika na grootste canyon ter wereld.

13.00 uur
Luchttemperatuur 29 graden; RV 10%; bodemtemperatuur 42 graden.
Er staat een beetje wind en de lucht is onbewolkt.

Tijdens een stop richting Hobas vind ik het vrijwel gave en gebleekte skelet van een springbok. Ik haal de kop eraf en Mary blijkt deze graag naar Nederland mee te nemen voor de verzameling. Ik volg een droge rivierbedding en vind nog allerlei fraaie stenen, waarvan ik er een paar meeneem. Hier kom ik ook nog midden in een kleine wervelstorm terecht; ik zit hierdoor onder het zand. Er liggen hier meer restanten van dode dieren Ik vind op dit terrein geen reptielen.

Terug bij de auto vindt Dev. het nodig om de handen van Mary en mij te ontsmetten, vanwege de dode springbok, met een of andere gore desinfectans, waardoor onze handen de rest van de dag knalrood gekleurd zijn. Leuk hoor!

15.30 uur
Aankomst in Hobas.

We treffen hier een fraaie groene campingplaats waar veel vogels zijn. Vlak achter de camping loopt een droge rivierbedding met daarachter een rotsachtig gebied. We vinden hier direct alweer een mabuya.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0669
Een droge rivierbedding met daarachter een rotsachtig gebied.

Wanneer ik mijn rode handen ijverig aan het wassen ben, maakt Ben een wat wonderlijke opmerking over verspilling van water in de woestijn. Ik wijs hem op de aanwezigheid van een zwembad, de ligbaden bij de washokken en de sprinklers die de hele dag aanstaan. Er wordt op deze camping overdreven veel tijd besteed aan het verzorgen van een grasveldje van enkele vierkante meters. ‘s-Ochtends is een zwarte arbeider bezig met een elektrische grasmaaimachine die hij nauwelijks in de hand kan houden en aan het eind van de middag is hij nog steeds bezig met hetzelfde plantsoentje. Hij maakt onnodig veel en lang lawaai.

Tijdens een wandeling ‘s-avonds in de omgeving zien we een grote uil. Ik wil hem fotograferen, maar hij vliegt net te snel weg. We vinden het verbrande kadaver van een katachtig of marterachtig dier.

17 november

06.00 uur
We staan vroeg op omdat we van plan zijn de Fish river canyon in te gaan.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0564
De anderen praten mij eigenlijk de eerste meters door, anders was ik zeker teruggegaan.

08.00 uur
Na een eerste uitkijkpunt te hebben bezocht brengt Ben ons bij het punt waar we kunnen afdalen. Ik heb nogal last van hoogtevrees en krijg al rillingen bij een eerste blik over de rand van de canyon. Ben gaat met Dev. naar een dorpje verder om daar benzine te tanken en inkopen te doen. Hij zegt dat we wel drie uur nodig zullen hebben om de canyon in en uit te klauteren.
Het eerste deel van de afdaling is voor mij een verschrikking; het “pad” gaat behoorlijk steil naar beneden en je kijkt zo’n 800 meter diep de canyon in. De anderen praten mij eigenlijk de eerste meters door, anders was ik zeker teruggegaan. Daarna wordt het pad wat vlakker en heb ik geen problemen meer.
In tegenstelling tot wat we aanvankelijk hoopten treffen we in de canyon nergens reptielen aan. Op zich is dat misschien maar gelukkig ook, want we zijn zo intensief bezig met de afdaling dat dergelijke afleiding waarschijnlijk alleen maar tot problemen zou hebben geleid.
Zo nu en dan rusten wij op een enkel schaduwrijk plekje. We doen er ruim twee uren over om beneden in de canyon aan te komen en vlak voor we daar zijn komen we twee Engelse meisjes tegen, die al op de terugweg zijn. Zij vertellen ons dat we nog zo’n twintig minuten hebben te gaan. Even later verstuikt Mary haar enkel, maar gelukkig kan ze de tocht voortzetten.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0562
We doen er ruim twee uren over om beneden in de canyon aan te komen.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 005410.30 uur
Rond deze tijd komen we aan op de bodem van de canyon. Hier treffen we prachtig schoon zand aan en een stilstaande plas water die vroeger deel uitmaakte van een snel stromende rivier. Het is hier beneden bloedheet. Het water is helder en nodigt uit om te zwemmen, maar verhalen over bilharzia weerhouden de meesten ervan om echt te gaan zwemmen. Alleen Jolien zondert zich af en gaat poedelnaakt te water.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0386Even later verliest zij tijdens het zwemmen haar bril. Deze zinkt ergens halverwege de plas naar beneden en belandt circa 3 meter diep op de bodem. Jolien probeert hem op te duiken. Na dit een tijdje te hebben aangezien biedt Victor aan om te helpen en duikt een paar keer met haar mee. Carla ziet het allemaal wat spottend aan en merkt grappend op: “Kijk die Victor eens, wat behulpzaam, die kijkt daar onder water z’n ogen uit!”. Nou ja, we hebben wél stiekem gelachen. Victor geeft z’n pogingen al snel op, het is veel te diep. Even later moet ook Jolien haar pogingen staken. In het kamp heeft ze in haar tent gelukkig een reservebril en lenzen. Haar ogen zijn gelukkig niet zo slecht dat ze niet zonder hulp naar boven zou kunnen gaan. Gelukkig heeft ze zelf wel door hoe stom het was om die bril daar te verliezen; ze is vrij laconiek onder het verlies.
We eten broodjes met vis en drinken wat uit onze veldflessen. We maken foto’s van de paar vogels die we zien en die heel tam zijn. Zo nu en dan zien we vissen aan het wateroppervlak. Ik heb spijt dat ik m’n hengeltje hier niet bij me heb.
Het is hier een heel idyllische plek, maar het zand is bloedheet en we moeten nog een hele klim naar boven.

12.30 uur
Op het slechtste, heetste, moment van de dag besluiten wij de terugtocht aan te gaan. Voor Lauran blijkt het helemaal een tegenvaller, die had gedacht dat we hier beneden door Ben met de auto zouden worden opgehaald. Hoe hij zich dat had voorgesteld is niemand helemaal duidelijk. Carla heeft er duidelijk plezier om. De terugtocht blijkt ontzettend zwaar en we lopen in de felle zon. Er is vrijwel nergens meer schaduw. De temperatuur moet zo rond de veertig graden zijn geweest. Halverwege zien Carla en Henk het echt niet meer zitten. Carla gaat zelfs even “van haar stokje”. Beiden moeten uitrusten. Ik ga alleen verder en klim van punt naar punt. Victor die aan bergtochten gewend is heeft nergens last van. Hij huppelt vrolijk tussen de groepjes heen en weer. Ik loop nu voorop en zie hoog boven mij een grot die groot en schaduwrijk lijkt te zijn. Ik stel me dat punt ten doel en bereik het na een moeizame klim. Het blijkt een punt te zijn waar reeds eerder anderen ook hebben gerust en hun namen staan in de rotsblokken gekrast. Ik schrijf mijn naam erbij met een permanent marker die ik in m’n rugzak heb. Hier drink ik het laatste water uit m’n veldfles.

Wanneer ik naar beneden kijk zie ik de anderen als stipjes beneden mij in de diepte. Er zit geen beweging in de groep. Ik besluit hier te wachten tot er iemand boven komt. Een poosje later zie ik Victor en Mary beneden mij verschijnen. Ik wenk ze om deze kant op te komen en dat doen ze.
Na een tijdje rusten biedt Victor aan om de weg naar boven even te verkennen. Er zijn twee mogelijkheden: links- en rechtsom. Na twintig minuten is hij weer terug met de mededeling dat we rechtsom moeten; dan een veld steengruis moeten oversteken om daarna het pad naar boven weer te bereiken. Victor gaat daarna naar beneden naar de rest van de groep en Mary en ik gaan naar boven. De oversteek is niet echt moeilijk en even later bereiken we hijgend de top.

15.00 uur
Ben en Dev. blijken er nog niet te zijn. Deze arriveren na ongeveer een half uur. Na ons relaas te hebben gehoord gaat Ben met wat extra water naar beneden naar de groep. Een uurtje later komt het hele stel boven. Vooral Carla en Henk zijn uitgeput, maar iedereen is toch wel blij en trots deze tocht te hebben volbracht.

Hierna gaan we terug naar het kamp in Hobas. We kopen kaarten en maken kennis een Duitser die Ben al eerder in Botswana heeft ontmoet. Hij krijgt voor één nacht een tent te leen. Later in de avond zie ik konijnen op de camping. We vragen de Duitser, die morgen weer naar Johannesburg vertrekt, om onze briefkaarten daar te posten. Dat doet hij uiteraard. Ik ga vroeg naar bed.

18 november

06.00 uur

We staan op tijd op en breken het kamp op. Ik hoor dat de Duitser de vorige avond een klein niet giftig slangetje, een bruine huisslang (Lamprophis fuliginosus) heeft gevangen dat door Lauran en Henk werd gefotografeerd. Het is een nog heel jong dier. Helaas hebben ze hem alweer losgelaten, zodat ik hem niet kan zien en fotograferen.
Ik lever mijn briefkaarten in bij de Duitser en reken wat postzegels met hem af.
Carla heeft vandaag behoorlijk spierpijn en ik voel zelf eigenlijk alleen mijn bovenbeenspieren een beetje. Ook mijn rechterknie doet een beetje pijn. Waarschijnlijk omdat ik gisteren tijdens de klim, bewust en onbewust, mijn onlangs geopereerde linkerknie (kunststof voorste kruisband linkerknie) heb proberen te ontzien.

08.00 uur
We vertrekken van deze camping in de richting van Zuid-Afrika.
Onderweg krijgen we weer een lekke band. Deze wordt vervangen en we vervolgen onze weg. Bij Noordoever stoppen we om de band te laten repareren.

We passeren de grens Namibië/Zuid-Afrika bij Vioolsdrift. Direct daarna gaan we rechtsaf richting Namaqualand. Onze bedoeling is om naar Richtersveld te gaan.
We maken een stop bij Korteshoop, waar we gaan eten. Hier blijkt een uitgedroogde rivierbedding te liggen die vol ligt met tijgerogen, ter grootte van kiezels. Ik neem een paar leuke exemplaren mee.
We rijden langs de Oranjerivier richting Namaqualand. We komen nu in een gebied dat volgens een bord de Hels Kloof (Nature Reserve’s Hells’ Cave) heet. Na een half uur stoppen we om planten te bekijken.
Het blijkt hier vol te staan met kleine euphorbia’s, vetplanten, lithopsen en allerlei andere. Het is hier een paradijs voor de plantenliefhebber.

Omdat we niet weten hoe de kwaliteit van de weg verder is en het er op lijkt dat het een weg voor een 4wheeldrive wordt, besluiten we terug te gaan. Temeer omdat er in dit gebied niet mag worden gekampeerd en we maar heel weinig water hebben. De rotsen zijn hier bijzonder fraai en veelkleurig. Het waait op dat moment verschrikkelijk hard en daarom moet de tent van Carla en Lauran even later worden verplaatst omdat deze vol zand waait. Carla is daardoor waarschijnlijk in een slecht humeur, maar na het verplaatsen van de tent, waarbij Victor en ik helpen, gaat dat snel weer over. Vlak bij waar de combi staat vinden we een paar kleine mabuya’s, kennelijk een stelletje. Eén ervan vangen en fotograferen we.

Direct nadat we dit beschermd gebied hebben verlaten stoppen we bij het land van een Afrikaanse boer. Deze geeft ons toestemming om op zijn land te kamperen en we zetten onze tenten op tegen de rand van zijn landgoed.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0577
De boer geeft ons toestemming om op zijn land te kamperen en we zetten onze tenten op tegen de rand van zijn landgoed.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0578
Je ziet de Oranjerivier op de achtergrond en daarachter weer de bergen.

Tegen de avond maken we nog even een wandeling in de buurt. We horen de bavianen brullen in de bergen aan de andere kant van de Oranjerivier. Volgens Dev. Is het zo dat waar bavianen zijn, er ook luipaarden voorkomen.
In het rotsachtige gebied aan de andere kant van de weg heb je een fantastisch uitzicht over onze kamplaats. Je ziet de Oranjerivier op de achtergrond en daarachter weer de bergen. Op deze plek vind je ook tijgerogen en kwartsen.

‘s-Avonds is er weer heel veel wind. We zetten een windscherm op bij de combi. Dev. kookt dit keer in de auto. We zien die avond veel rolspinnen en schorpioenen. Ik maak een foto vanuit de tent in de richting van de bergen.

19 november

06.00uur
We staan vroeg op, want we willen weer de Hells Cave in. Bij het ontbijt meldt Lauran dat hij een nestje van een napoleonnetje heeft gezien en rode bisschopvinken in het riet. Later kunnen we ze niet meer vinden.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0537
Rode bisschopvinken in het riet.

10.25 uur
We gaan weer door de Hells Cave richting Richtersveld. Lauran rijdt, Ben en Dev blijven, uit veiligheidsoverwegingen, bij het kamp. Zij gaan mineralen zoeken in de buurt.

Luchttemperatuur 14 graden bij de grond; 36 graden 1 meter boven de grond; RV 46%.

11.50 uur
Luchttemperatuur 15-23 graden; RV 41 %; bodemtemperatuur op de rotsen is 30 graden; 1 meter boven de grond: 27 graden.

We parkeren de auto nog verder dan waar we gisteren waren gekomen en besluiten een stuk te gaan lopen. We zien weer de enorme diversiteit aan vetplanten en euphorbia’s. Opeens zien Victor en ik twee ratachtige dieren, tussen de rotsen. Deze zijn niet bijzonder schuw en laten zich met de 210 mm fotograferen. Veel planten worden gefotografeerd. Na aanvankelijk een behoorlijk eind met Victor opgetrokken te hebben, ga ik alleen verder en op een gegeven moment zie ik op een rotsblok een hagedis die duidelijk anders is dan de gebruikelijke agame’s. Ik kijk beter en herken het dier als een “platte rotshagedis”, Platysaurus. Ik maak een eerste foto met m’n 210 mm. Steeds dichterbij komend maak ik meerdere foto’s. Het blijkt een stelletje Platysaurus capensis te zijn dat zich even later snel tussen de rotsspleten terugtrekt. Het is een hele sensatie deze kleurrijke hagedis in levende lijve in de natuur te kunnen vinden.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0357
Platysaurus capensis
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0355
platte rotshagedis

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0358 Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0354

Een honderd meter verder vind ik weer een stel waar ik ook enkele plaatjes van schiet. Tot mijn spijt is nu mijn film vol en ik heb geen reserve bij me, dus ik ga terug naar de combi.
Onderweg kom ik Henk en Lauran tegen. Henk blijkt ook al een dier te hebben gezien dat waarschijnlijk een vrouwtje van deze Platysaurussoort is. We halen de auto op en gaan terug naar de plek waar ik de eerste Platysaurus heb gezien. We vinden het stel gemakkelijk terug en maken foto’s.

Onderweg naar de tweede vindplaats zien we een ander stel Platysaurus. Ze blijken hier behoorlijk algemeen te zijn en ze zijn zich nu kennelijk allemaal aan het opwarmen in de inmiddels warme zon. Wij trachten deze weer te fotograferen en hierbij loop ik Lauran kennelijk zo nu en dan een beetje in de weg. Hij beklaagt zich hierover bij Henk. We maken een prachtige serie dia’s en wat dat betreft kan de dag niet meer stuk. Lauran slaagt er niet in om dieren te vangen. Later concluderen we dat het ook niet erg zinvol zou zijn om deze zenuwachtige, schuwe hagedissen al in dit stadium van de reis te vangen. Het zou waarschijnlijk de dood voor hen hebben betekend.
Naast Platysaurus zien we veel agamen (Agama anchietae). Lauran weet twee mannetjes te vangen met zijn vangstokje, een telescoophengeltje met een stropje. Dit vangmiddel voldoet uitstekend bij het vangen van vooral agamen en gordelstaarten. Voor kleine hagedissen werkt het niet, omdat die onvoldoende gewicht hebben om het stropje te doen sluiten; zij wandelen er vrolijk doorheen.
Ik verontschuldig mij bij Lauran voor het hem in de weg lopen en dit probleem is hiermee wat mij betreft uit de wereld.
Bij terugkomst in het kamp blijken Ben en Dev. prachtige stukjes steenformatie te hebben gevonden die zij mee willen nemen om ze te zijner tijd in de stad voor aquaria te verkopen. Mary gaat er later ook naar op zoek en vindt er enkele.
Het argument van Ben dat we te zwaar beladen zijn en we ons moet beperken voor,wat betreft de bagage, wordt met het meenemen van het extra gewicht aan stenen door hen een beetje ondergraven.

15.00 uur
Vertrek van de kampeerplek. We slaan water in bij de grens in Viooldrift. We krijgen daar water dat rechtstreeks uit de rivier wordt opgepompt en dat eerst moet worden gekookt, voordat we het kunnen drinken.
Onderweg naar Springbok stoppen we bij een micamijn omdat daar halfmens planten te vinden zouden zijn. Deze blijken daar niet meer te vinden omdat ze inmiddels allemaal zijn gestolen.
Onderweg is er weer een conflict met Jolien die vindt dat Ben onverantwoorde risico’s neemt met de groep door te weinig water mee te nemen. Ze maakt zich door haar algehele opstelling binnen de groep niet erg populair.

18.30 uur
Is onze aankomsttijd in Springbok. Springbok is een tamelijk grote plaats en onze kampeerplaats ligt op het terrein van een Motel. (Het Kokerboommotel). Hier zetten we onze tenten weer op. Terwijl Dev. eten kookt telefoneer ik even met Alice. Bij de receptie van het motel wordt een “collecteverbinding” tot stand gebracht en ik krijg Alice aan de telefoon. Alice heeft wat moeite met het overbrengen van het voor mij op dat moment nieuws dat Walter Getreuer heeft gebeld met de mededeling dat hij in april 1993 een reptielenhuis in Delft zal openen. Alice vindt dat vreselijk voor mij en weet niet of ze dat nu had moeten vertellen of niet. Ik spreek daarna ook kort even met mijn dochters Nataschja en Ariane. De verbinding is goed, maar het is zaak om langzaam te praten.

Uiteraard komt het niet als leuk nieuws over, maar na er even met Henk, Lauran en Victor over te hebben gesproken ben ik gesterkt in mijn idee gewoon door te zullen gaan en het nieuws van Walter geen invloed te laten hebben op mijn plannen voor Zoetermeer.
Overigens stimuleert mijn telefoontje de anderen om ook even collect naar Nederland te bellen. De nacht is hier extreem koud. Er wordt 4 graden gemeten.

20 november

09.15 uur
‘s-Morgens bel ik rond half zeven (Nederlandse tijd) Alice, om haar te vertellen dat we gewoon doorgaan met het reptielenhuis. Ik vraag haar Roderick even op de hoogte te brengen van deze ontwikkelingen. Ger de Wit zal ik na terugkomst zelf wel snel op de hoogte brengen.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0172
bidsprinkhaan

Luchttemperatuur 15 graden; RV 65%; bodemtemperatuur 31,5 graden.
Er staat geen wind en de lucht is onbewolkt.

In de acacia bij het kamp heeft Henk een mooie bidsprinkhaan ontdekt. Ik maak met de 55 mm micro Nikkor een aantal dichtbij opnamen van het fraaie dier.

Enkelen van ons, Carla, Lauran, Jolien en ik, gaan met Ben en Dev. mee naar Springbok. We willen kaarten kopen en even rondkijken. We komen o.a. bij Springbokrestaurant, waar ook een mineralen verzameling te bezichtigen is. De eigenaar blijkt zeer goed op de hoogte van alles wat er in Zuid-Afrika aan mineralen te vinden is en hij geeft ons veel nuttige informatie. Ook geeft hij toestemming om op zijn land naar schildpadden te zoeken. Hij nodigt ons uit om ‘s-avonds een videofilm over Namaqualand in het restaurant te komen bekijken. Hij verwijst ons naar een mineralenhandelaar in Springbok die blauwe agaten zou verkopen.
We brengen een bezoek aan deze handelaar. Ik koop er een geslepen eitje voor mijn moeder. Carla wil graag een schildpadje van blauwe agaat, maar dat blijkt helaas niet meer in voorraad. De eigenaar van de blauwe agaatmijn heeft een uitgebreid flauwekulverhaal over het ontstaan van de blauwe agaat. We weten hem gelukkig op tijd duidelijk te maken dat we haast hebben en hij onderbreekt zijn relaas.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0592
gordelstaarthagedis
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0594
Cordylus polyzonus

Bij terugkomst in het kamp blijkt dat Victor al een ochtend-wandeling heeft gemaakt en hij vertelt dat hij gordelstaart-hagedissen heeft gezien. “Op iedere rotsformatie vind je wel een stel”, weet hij te melden. Uiteraard wil nu iedereen op zoek. Het gebied vlak achter de camping blijkt een ideaal terrein voor ons te zijn. Het is een soort vrij vlak succulenten veld.
Overal vind je “kopjes”, kleine rotseilandjes verspreid over het terrein. Op veel van deze kopjes vinden we agamen (Agama atra), soms meerdere mannetjes bij elkaar, en gordelstaarthagedissen (Cordylus polyzonus). Soms zien we combinaties van agamen en gordelstaart hagedissen.
De gordelstaarten vinden we meestal als stelletjes bij elkaar.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0176 Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0184Daarnaast vinden we hier ook overal mabuya’s (Mabuya sulcata ansorgei); de mannetjes fors en goudbruin, de vrouwtjes meer donkerbruin. Ze zijn absoluut niet erg schuw. We vinden op de bewoonde rotsen meestal ook de uitwerpselen van de hagedissen, waardoor ze hun aanwezigheid verraden. Victor weet met de hand een stel gordelstaarten te vangen. Bij het vangen van een hagedis “slopen” we het kopje soms behoorlijk.
Na afloop zetten we alles weer zo veel mogelijk in de oude situatie terug. Onderweg vinden we het schild van een dode Speckled Padloper (Homopus signatus). Levende exemplaren hebben we helaas overal tevergeefs gezocht, maar ze moeten hier kennelijk wel voorkomen. Vrijwel overal vinden we ook andere mabuya’s (Mabuya v. variegata). Ook deze zijn niet erg schuw en bijzonder actief. De gordelstaarthagedissen vluchten bij benadering tussen rotsspleten en onder rotsen. Over het algemeen zijn ze daar vrij gemakkelijk tussenuit te halen. Je ziet ze overal op het hoogste punt van vrijwel ieder kopje.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0112
“rode sprinkhaan” (Phymateus morbillosis).

Hier vind ik de eerste “rode sprinkhaan” (Phymateus morbillosis). Ik vang uiteindelijk 4 stellen en bewaar ze in een linnen zak.
We zien weer veel sandlizards (Pedioplanis lineoocellata). Deze zijn over het algemeen razendsnel en schuw.
Henk meldt een slang (Psammophis spec.) te hebben gezien. Deze bewoog over de grond en was razendsnel weg.

15.30 uur
Luchttemperatuur 32 graden; bodemtemperatuur 35 graden.

Op een ander stuk terrein zien we weer veel mannetjes van Mabuya sulcata ansorgei. Ook vinden we een paarse aloë.
In het kamp zijn veel lastige katten. Ben probeert ze op allerlei manieren te verjagen. Ze blijven echter in de buurt en we moeten dus voorzichtig zijn dat ze onze gevangen dieren niet te pakken nemen.

20.00 uur
Gaan we naar het Springbokrestaurant om daar te eten. Ben vergoedt 10 rand per persoon en de rest moeten we zelf bijpassen. Ik kies, evenals Victor, een menu dat “snook” heet. Het is een smakelijk vrij zout visgerecht en voldoende. Ik drink fanta Peach. De video is niet van allerbeste kwaliteit, maar heel goed aan te zien.
Na het eten vraag ik aan de eigenaar of ik een paar foto’s mag maken van zijn grote stuk witte topaas. Hij haalt het voor mij uit de vitrine.
Het blijkt een stuk te zijn dat kunstmatig is gevormd. Het is echter zeer groot en glashelder. Volgens de eigenaar is het wel 2.000 rand waard. Ik toon hem het kristal dat ik bij Spitskop heb gekocht en hij schat het op 800 rand (f 480,00). Hij vindt het prima kwaliteit en vertelt me dat het in Duitsland veel meer waard moet zijn.

21 november

06.30 uur
We staan op tijd op om te zoeken naar “Padlopertjes” (Homopus signatus). Ondanks dat het terrein bijzonder geschikt lijkt vinden we ze niet. Wel zien we weer veel gordelstaarten en vangen we er een aantal.
We vangen echter veel meer mannen dan vrouwen. Is dit toeval of zijn er gewoon meer mannetjes? We zijn de hele dag aan het zoeken. Aan het eind van de dag vangen we een vrouwtje dat geschikt lijkt om mee te nemen. We hebben nu drie stellen en zitten dus aan het toegestane aantal.

18.45 uur Zijn we weer terug in het kamp.

22 november

We vertrekken uit Springbok, richting Garies. Op de rotsblokken vlak langs de weg zien we nog veel gordelstaarten. Onderweg hebben we weer een lekke band. Dit keer de linker voorband. De bouten hiervan blijken zó vast te zitten dat Lauran er twee moet doorkappen om het wiel te kunnen wisselen. Met goed gereedschap was dit niet zo’n probleem geweest, maar met de primitieve middelen die Ben ter beschikking heeft is het een zware klus. De bij de auto geleverde kruissleutel past niet goed, is te groot, en daardoor kan er niet voldoende kracht op worden gezet om vastzittende bouten los te draaien. Ben had allang een goede sleutel moeten aanschaffen.

In Kamieskroon laten we (op zondag) de band repareren Dit vergt enige overredingskracht. Mary en Carla bietsen stekjes bij de supermarkteigenaar. Aan de overkant staan prachtige bloeiende Opuntia’s. Ik koop wat te drinken en wat pindarepen.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0634
Uit deze acacia’s, met enorme doorns, komen grote, harige rupsen naar beneden om zich in de grond te verpoppen.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0516
We vinden daar o.a. grote volwassen groene sprinkhanen van het vleugelloze geslacht Pamphagus.

We bereiken uiteindelijk Garies, waar we op een kleine camping onze tenten opslaan. Garies is een klein dorp midden in de bergen. De camping ligt in een betrekkelijk groen gebied. Er moet hier water vlak onder de grond zitten. Op de camping staan meerdere grote acacia’s. Uit deze acacia’s, met enorme doorns, komen grote, harige rupsen naar beneden om zich in de grond te verpoppen. Ik graaf een 25-tal van deze poppen op om ze mee naar Nederland te nemen voor Hans Rotteveel. Ik neem ook enkele grote doorns van de acacia hier mee.
We maken een wandeltocht door de rotsen in de omgeving. Daarnaast vang ik ook een enorme dikke sabelsprinkhaan. Ik dacht eerst dat het een muis was. Het dier is tè bewegelijk om met succes te kunnen fotograferen.Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0188 Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0189Ook hier vinden we gordelstaarten. Deze keer weer Cordylus polyzonus maar nu met meer gele vlekken. Henk en Lauran klimmen over een hek en gaan verder de berg op. Ik blijf hier en ga verder de buurt uitkammen. Ik vind een gevlekte sandlizard met blauwe vlekken op de flanken. Even later vind ik een schitterend, fel gekleurde, grote Agama atra man op de grond, die zich behoorlijk dichtbij laat benaderen en later vlucht in een rotsspleet.
Ik ga terug naar de camping en vang onderweg een jonge mabuya (6 cm.). Ik fotografeer hem in het kamp, samen met Victor en we laten het diertje weer gaan.
Ik verzamel, om mee naar Nederland te nemen, enkele stekels van de acacia’s daar. Deze stekels zijn zó lang en sterk dat je ze met gemak in de bast van de boom kunt steken. Nu kan ik me ook wel voorstellen dat ze probleemloos dwars door een autoband heen gaan.

23 november

Vanuit Garies vertrekken we naar Vanrhynsdorp. We gaan via Bitterfontein. Onderweg stoppen we op een plaats waar veel rood bloeiende aloë’s staan. Op deze aloë’s zit een soort rups die kennelijk van de bloeiwijzen van deze aloë leeft. Vanwege dit voedselspecialisme neem ik deze rupsen maar niet mee, hoewel ze vanwege hun grootte wel volgroeid lijken.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0608 Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0607

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0610
Op deze aloë’s zit rups die kennelijk van de bloeiwijzen van deze aloë leeft.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0609We arriveren op een camping in Vanrhynsdorp. Er is hier een groot grasveld waar we ons installeren. Er lopen twee klote hondjes op het terrein die niet weg te meppen zijn. De ene helft van de groep vindt ze leuk, de andere helft baalt ervan. Nadat er eentje over de bagage van Lauran heeft gepiest, vindt hij ze ook niet echt leuk meer.
De groep wil die middag een plantenkwekerij gaan bezoeken. Ik bied aan om bij het kamp te blijven. Ik ben van plan mijn aantekeningen bij te werken en installeer mij in de zon op de stretcher. Ik schrijf voor een groot deel de aantekeningen van Henk over.
Alvorens aan het werk te gaan vraag ik aan een zwarte tuinarbeider of hij hier ook schildpadden heeft gezien? Hij ontkent dit. Ik toon hem de plaatjes in het reptielenboek en bied hem 10 rand voor iedere gezonde schildpad die hij mij levert. Hij is enthousiast en belooft zijn best te zullen doen. Helaas levert dit echter niets op.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0233
Ik toon hem de plaatjes in het reptielenboek en bied hem 10 rand voor iedere gezonde schildpad die hij mij levert.

Wanneer de groep laat in de middag terugkomt hebben zij allerlei stekjes gekocht. Onze bagage wordt hierdoor behoorlijk uitgebreid. Zelfs Victor heeft een aanzienlijke collectie aangeschaft.

‘s-Avonds is het ijskoud en het waait. We zetten stoelen in het herentoilet en babbelen daar de avond door. Een van de honden is mee naar binnengekomen en snuffelt zenuwachtig steeds de kring rond. Halverwege de avond smijt ik de hond naar buiten.
We drinken thee met rum.
Buiten in de tuin staat een lamp met insectenverdelger; hier hoor je om de haverklap insecten tegen verbranden. Omdat dit weinig nut heeft schakelt Victor het apparaat de volgende dag uit. ‘s-Nachts regent het behoorlijk.

24 november

Terwijl we nog aan het ontbijt zitten vindt Lauran een boegsprietschildpadwijfje (Chersina angulata) naast het terrein van de camping, in de beschutting van een boom; waarschijnlijk hetzelfde exemplaar dat gisteren door de campingeigenaar werd gezien. Het is een vrij jong dier maar bijzonder actief en levendig. We zoeken fanatiek verder maar het blijft bij dit ene exemplaar. We besluiten dit dier mee te nemen en bewaren het in een open doos.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0611
Boegsprietschildpadwijfje (Chersina angulata)
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0612
Wij hadden de benodigde Citespapieren en vergunningen voor het vangen en mee naar Nederland brengen van een aantal van deze schildpadden.

We maken van hieruit een tocht naar de Gifberg. Deze ligt op circa 20 minuten rijden van de camping vandaan. Onderweg zien we verschillende roofvogels. We stoppen halverwege de berg op een plaats waar bushmen tekeningen te zien zouden zijn. Deze hebben we niet gevonden, echter wel een bijzonder fraai natuurgebied met o.a. een watervalletje en een snel stromend riviertje. In het riviertje vinden we kikkerlarven in allerlei stadia en ook volwassen kikkers. Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0500Deze laatste zijn echter nauwelijks tot dichtbij te benaderen. Je hebt van hieruit wel een prachtig uitzicht naar beneden.
Bovenop de berg aangekomen spreken we af naar beneden te gaan wandelen. Ben en Dev. zullen na ongeveer twee uur met de auto achter ons aankomen en ons oppikken.
De top van de berg zou het terrein zijn waar de rooibosthee groeit. We hebben dat niet gezien. Het is hier koel en permanent vochtig. Overal zie je water langs de rotsen en er lopen overal stroompjes water de berg af. Het is een tamelijk bewolkte dag. Het eerste reptiel dat we vinden is een jonge Agama atra op een rots. Deze laat zich vrij gemakkelijk vangen en we maken er (detail)foto’s van.
Hoog op een rots zien we even later een exemplaar van Grace Craq Lizard (Pseudocordylus capensis robertsi). Dit dier, dat opvalt door z’n blauwe kleur, hadden we eerder al vanuit de auto zien zitten. Ik maak foto’s met de 210 mm. Het dier is schuw en ondanks de afstand en de behoorlijke hoogte waarop het zit verdwijnt het snel, vanwege alle activiteiten.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0628Bij een watervalletje fotograferen we een volwassen kikker met een rugstreep. Waarschijnlijk als gevolg van het lawaai van het vallende water, kunnen we tamelijk dichtbij komen. Pas wanneer ik het tè bont maak vlucht hij in het water. Het is een prachtig biotoopje.
In een kunstmatig waterbekken vinden we een eindje verder weer kikkers met larven in het water. Waarschijnlijk dezelfde soort.
We zien heel veel fraaie planten, w.o. twee mooie soorten zonnedauw. Hiervan zien we grote aantallen. Ook vinden we een kleine soort bloeiende orchidee. Daarnaast zien we veel soorten varens en mij onbekende planten. Hier op de berg vind je een totaal eigen flora die totaal verschilt van wat we beneden zagen.
De rotsformaties zijn hier bijzonder fraai en met enige fantasie kun je er allerlei figuren in zien. Ik fotografeer een “oude man” en een “krokodil”.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0508Laat in de middag gaan Henk, Mary, Lauran, Carla en ik met Ben nog een keer terug naar de top van de Gifberg, maar het is eigenlijk al te laat en het wordt al tè koud en donker. We vinden geen reptielen meer. We onderzoeken nog even een gebouwtje dat we tegenkomen en dat volgens Ben door dorpelingen beneden verhuurd wordt. Hij ziet het wel zitten om hier iets mee te doen.
We zien op de terugweg een paar klipspringers en een paar klipdasjes.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0690
We zien op de terugweg een paar klipspringers en een paar klipdasjes.

De avond is minder koud dan gisteren. We installeren onze zitjes in de spoelkeuken en praten daar de avond door. De nacht is helder en het is windstil.

25 november

06.15 uur
De vorige avond blijken er twee jonge engelse meisjes te zijn gearriveerd.
Zij zijn liftend op trektocht van Tanzania naar Kaapstad en zijn van plan om hier een jaar te blijven. Ze gaan werk zoeken in Kaapstad.
Ben kamt zijn haar en maakt zich druk om ze van thee en ontbijt te voorzien. Dev. lacht zich rot om de manier waarop hij zich voor het tweetal uitslooft. Zij vertelt: “Hij zag de twee meisjes en “zoef!” hij was plotseling actief. Na het ontbijt trekken de beide dames weer verder. Zelf maken wij ons rustig op om weer van start te gaan.

08.15 uur
Vertrekken wij uit Vanrhynsdorp. We maken een stop in Vredendal, een betrekkelijk grote plaats, waar ik nog drie diafilms koop omdat ik al aardig krap in het gevoelig materiaal begin te zitten. Ben koopt hier een gigantische baal cheesedoedels van een kilo. Hier wordt direct op aangevallen, maar het lukt ons niet de zak in één dag leeg te eten. We doen hier gelijk wat kaarten op de post.

Jolien klaagt al en tijdje dat ze zo weinig vogels te zien krijgt. Ze vindt dat de reptielen qua aandacht toch wat te veel de overhand krijgen. Inmiddels zijn er ook al wat frustraties ontstaan omdat ze het met de manier van handelen van Ben en Dev. niet altijd eens is. Er zijn daardoor eerder al eens woorden gevallen over het meenemen van onvoldoende water.
Door haar algemene instelling heeft zij zich een beetje buiten de groep geplaatst. Zij stelt zich erg individueel op.

We gaan naar Strandfontein. Hier zien we veel watervogels zoals pelikanen, sterns, ibissen en reigers. Het terrein is voor de combi soms moeilijk begaanbaar. Hier zou ook het biotoop zijn van het padlopertje (Homopus signatus).

Via Doringbaai trekken we verder langs de kustweg. Onderweg zien we hier en daar kopjes met gordelstaarten erop. Op een bepaald moment zien we een paar grote exemplaren en ik roep “Ben, stop!!’. Ben stopt en we zien een paar gordelstaarten op een dichtbijgelegen rots. Helaas kan Victor dit keer niet wachten en ik krijg geen gelegenheid om ze in hun biotoop te fotograferen. Bij dat zelfde kopje vindt Victor kort daarna een Chersina-vrouwtje, half verborgen onder een kleine struik.
Verderop, dichtbij de zee, vinden we op ieder kopje grote kolonies, 15-20 exemplaren bij elkaar, Cordylus polyzonus. De dieren zijn verschrikkelijk schuwen ook met de 200 mm moeilijk te benaderen.

Lauran komt ons halen, want volgens hem zijn de gordelstaarten die we eerst zagen Cordylus cataphractus. Ze zitten onder de steen waar we ze hebben achter gelaten en we besluiten een poging te wagen ze te vangen. Lauran en ik zullen de rots optillen en Henk en Victor zullen trachten de dieren te vangen. Wanneer we het rotsblok met enige moeite oplichten schieten er drie gordelstaarten en een gekko onder vandaan. Het grote exemplaar kan Henk vangen. Dit blijkt het mannetje te zijn; de andere twee waren het vrouwtje en een jong. Van deze gordelstaart is bekend dat hij in familiegroepen leeft. Het was fantastisch dit in de natuur met eigen ogen bevestigd te zien. We hebben enkele foto’s gemaakt en het dier daarna weer losgelaten. We hadden helaas geen vergunning gekregen voor het vangen en meenemen van deze bijzonder fraaie en opvallende soort.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0190
Cordylus cataphractus. Ze zitten onder de steen waar we ze hebben achter gelaten en we besluiten een poging te wagen ze te vangen.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0191

Daarna vervolgen wij onze tocht richting Lambertsbaai, waar wij stoppen bij de haven, tegenover een kunstmatig vogeleiland, om een hapje te eten. Dev. maakt blikjes tonijn open en er is ook ander beleg.
We zien zwarte jongetjes met een lijntje uit de hand vissen. Ze vangen kleine zwarte grondhaaien van circa 60 cm. Wanneer ze er een vangen slaan ze hem met veel moeite dood op de rotsen en gooien ze hem vervolgens terug in het water. Ze vangen ze vrij regelmatig. Het is geen prettig gezicht. Kennelijk is er weinig ander vertier.
Enkelen van de groep gaan naar het vogeleiland. Lauran, Carla, Victor en ik gaan het plaatsje in, op zoek naar souvenirtjes om mee te nemen. In een schelpenwinkeltje kopen we verschillende dingen. Ik koop er twee schelpen schildpadjes voor Nataschja en Ariane.

Ben koopt hier een aantal grote kreeften en we gaan op weg naar de camping in ClanWilliam. We komen hier vrij laat aan en Ben gaat direct de kreeften koken. Dev. maakt er een heerlijke salade van.
De tenten staan hier allemaal in een keurige rij naast elkaar. Het is de meest luxueuze camping tot nu toe. Het is er redelijk druk bezocht, maar het is toch heel erg rustig. We staan vlakbij de Olifantsrivier aan het brede water voor de dam en ik gooi nog even een hengeltje uit. Echter zonder enig resultaat. Het water is helder en vrij ondiep. Victor vindt hier een soort naaldgras in het water. Op de achtergrond horen we minstens twee soorten kikkers kwaken.

10.30 uur Naar bed.

26 november

We zijn van plan om een wandeling te maken naar het terrein achter de stuwdam. Henk vindt het niet nodig dat Ben ons met de auto brengt. Dus gaan we lopen en dat valt tegen. We moeten via een slecht terrein, dat ondergraven is door de mollen, vooruit zien te komen. We zakken regelmatig weg, zelfs een keer tot aan m’n knieën. We zien wel allerlei fraaie planten en ik maak enkele foto’s. Onder een eucalyptus vinden we weer een Chersina-vrouwtje. Dit dier fotograferen we en laten we gaan.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0660
Weer een Chersina-vrouwtje. Dit dier fotograferen we en laten we gaan.

Opvallend is dat we hier nergens andere reptielen aantreffen. Misschien is het te vochtig of anderszins, maar we zien er niet één. Boven aan de berg vinden we een grot die kennelijk regelmatig wordt gebruikt door geitenhoeders. Er loopt een duidelijk pad naartoe.
Hier besluiten Carla, Victor en ik terug te gaan. We zien er, vanwege de hitte en het feit dat we tot nu toe niets gevonden hebben, geen heil in om verder naar reptielen te zoeken.
We gaan terug en Henk, Lauran en Mary gaan verder.
Op onze terugweg lopen we verkeerd en komen in ClanWilliam zelf terecht. Hier staat o.a. de rooibos theefabriek. We kopen bij een supermarkt wat blikjes koud drinken en lopen verder terug naar de camping. Ben en Dev. hebben inmiddels bij de fabriek twee dozen à 2 kilo thee voor ons gekocht à f 5,60 per kilo. We besluiten dit later te verdelen. Ze heeft folders voor ons over de thee en het adres van de importeur in Nederland.

Teruggekomen bij de camping gaan we zwemmen in de rivier en liggen lekker in de zon. Het is allemaal lekker relaxed. Op het water varen een paar speedboten van de watersportclub.

‘s-Middags gaan we naar het terrein achter de dam, bij het viaduct, op zoek naar kameleons, die daar volgens de veldgids zouden moeten voorkomen. Deze vinden we daar niet. Wel zien we mabuya’s, kikkers en verschillende cichliden. Hét is prachtig terrein om te kunnen zoeken. Jolien gaat op zoek naar vogels aan de andere kant van de brug. Wij vinden haar, liggend onder de brug met een boek; zij heeft haar pogingen al snel opgegeven.

Die avond gaan wij uit eten in ClanWilliam. Ben heeft besproken bij een Pizzeria. Hier mogen wij voor 15 rand per persoon een Pizza eten meerkosten moeten wij zelf betalen. Ik neem een heerlijke medium formaat seafoodpizza. Deze is bijna te groot om in je eentje op te eten. Dev. neemt de goedkoopste pizza van de menukaart; daar krijgt ze snel spijt van, want die is gortdroog. Ze zit er wat lullig naar te kijken.

27 november

08.00 uur
Op weg naar Worcester. We laten eerst nog de lekke band plakken in ClanWilliam. Onderweg, vlak voor het Cedergebergte, zien Henk en Mary een Kaapse Cobra (Naja nivea) de weg oversteken. We stoppen, maar kunnen hem niet meer terug vinden.
In het gebergte vinden we fraaie blauwe exemplaren van Agama atra. Deze exemplaren zijn opvallend kleiner en veel blauwer dan de dieren die we in de lagere regionen aantroffen.
Bij Algeria vinden we een dode schildpad op de weg. Kennelijk aangereden.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0597
Bij Algeria vinden we een dode schildpad op de weg. Kennelijk aangereden.

We stoppen onderweg nog bij een poeltje met daaromheen veel bloeiende aronskelken en zgn “vuurpijlen”. Hier fotografeer ik een Afrikaanse herder met een kudde schapen en een paar geiten. Overal ritselen hagedissen. Ik zie een paar mabuya’s en sandlizards.

Weer een lekke band. Record wisseling. Laten plakken in Ceres. Het is een hete dag. Luchttemperatuur circa 36 graden.

We kamperen in Worcester op een zéér goede, maar zéér geciviliseerde camping. Deze camping bevindt zich vlak naast een spoorlijn. De eerste nacht passeren er volgens zeggen 4 goederentreinen; slechts twee hiervan heb ik gehoord.

28 november

Ben zet ons af in de buurt van de botanische tuin. We maken een wandeling de berg op en staan versteld van de rijkdom aan plantenleven. We zien fantastische biotopen. We zien echter helemaal geen reptielen. We keren terug richting de botanische tuin, alwaar we Jolien hebben afgezet en waar Ben ons om twaalf uur bij de ingang zal ophalen.
Op weg naar de botanische tuin zie ik in een rietveld een kolonie bisschopsvinken. Prachtige rode vogels, het zijn er heel wat. Ik maak foto’s met de 500 mm. Ondanks dat zijn ze toch nog betrekkelijk ver weg.

Langs de weg vindt Mary tot haar verbazing een kameleon (Bradypodion gutturale), Robertsons’ dwergkameleon.Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0222 Het is puur toeval dat ze hem vindt want ze stak over om een vetplant te bekijken die daar stond. Een stekje van die vetplant, een haworthia heb ik daarom maar meegenomen. Het dier is duidelijk geschrokken van onze aanwezigheid en dreigt met open bek. Ondertussen daalt hij langzaam af naar de voet van de struik om zich daar aan ons oog te onttrekken. We raken het dier verder niet aan en wanneer het verdwenen is laten we het voor wat het is. Eén ding is ons wel duidelijk: Je vindt hier geen kameleons door er naar te zoeken; je moet er echt toevallig tegen aan lopen. Dat geldt waarschijnlijk ook voor de padlopertjes.

We vervolgen onze weg naar de botanische tuin. Onderweg lopen we langs bijzonder fraaie villa’s, met prachtige tuinen. Via de achteringang komen we de botanische tuin binnen en we vinden al direct weer een Chersina. Later vinden we er nog een paar.
Daarnaast zien we vlakbij ook een paartje mooie baardvogels. We wandelen wat door de fraaie gecultiveerde tuin en bewonderen de planten. Alle verkoopactiviteiten blijken vandaag gesloten te zijn; er zijn dus noch frisdranken, noch planten te koop. Wèl zijn er overal kranen, waar wij onze veldflessen kunnen vullen.
We zitten nog even op een bankje onder een boom in het park aan een groot en groen grasveld. In de boom fotografeer ik een grote gevleugelde sprinkhaan.

11.00 uur
Ongeveer een uur te vroeg gaan we bij de uitgang in de schaduw onder een boom zitten en wachten op Ben en Dev..

12.15 uur
Komen Ben en Dev. ons oppikken.

Bij aankomst in het kamp blijkt de temperatuur in de tenten voor de gevangen dieren véél te hoog opgelopen te zijn. Eén gordelstaart, een mannetje, blijkt in coma te zijn geraakt. Ondanks de pogingen van Henk om hem te redden sterft het dier diezelfde nacht. Victor laat per ongeluk één van zijn gordelstaarten ontsnappen, maar deze vangen we met enige moeite weer terug.

Het is een verschrikkelijk hete dag en we besluiten ‘s-middags van het aanwezige grote zwembad gebruik te maken. Als bewoners van de camping hoeven we geen entree te betalen. Het water is prima. Lauran maakt een paar sprongen van de zeer hoge springplank. Henk is niet meegegaan en na anderhalf uur gaan Lauran en ik terug om te kijken wat hij aan het doen is. We blijven verder in het kamp. Tegen het eind van de middag krijgen we bezoek van 3 nichtjes van Ben: Cara, Marie en Anja. Ze arriveren in een “dikke Mercedes” en hebben een buldogachtig hondje, wijn en goede cognac bij zich. We komen er niet onder uit om die te proeven. We praten wat, hoofdzakelijk in het Engels, en na een uurtje vertrekt het drietal weer.

‘s-Avonds blijkt Dev. een enorme hoeveelheid eten te hebben gekookt. We eten onze buiken vol; kennelijk heeft ze met eten op de drie dames gerekend.

29 november

08.00 uur
We vertrekken uit Worcester.
Langs de weg zien we regelmatig gordelstaarten en agamen. In de bergen, in de Du Toitkloof, vlak na de Hugenotentunnel (tol), vinden we een agame die Lauran aanvankelijk hoopvol voor de Spiny Agama (Agame hispida) aanziet. Bij nadere beschouwing en vangen blijkt het toch Agama atra Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0521te zijn. Het is een kleine variëteit. De vrouwtjes zijn meer roodbruin en de mannetjes meer gevlekt. Op een bepaald ogenblik krijg ik, met de 500mm in de hand, de gelegenheid een mislukte poging tot paren te fotograferen.
Opmerkelijk is dat alle drie vrouwtjes die ik daar heb gezien op dat moment hoogzwanger waren. We zien daarna nog veel meer agamen, hoog in de bergen veelal op uitstekende rotspunten, vlak langs de rand van de steile afgrond en dicht langs de weg.

Onderweg maken we een stop bij een “aardbeien tent” met veel verschillende vogelverschrikkers. Het is kennelijk een populaire winkel, waar je ook allerlei gedroogde vruchten kan kopen, die ver in de omtrek bekend is. Het is er behoorlijk druk. Er komen blijkbaar veel Hindoestanen.
Vervolgens rijden we naar Somerset-West, naar een zoon van Dev. die daar dominee is.

11.45 uur
Komen we daar aan. Hij is er nog niet, maar arriveert kort na ons. Bij de dominee laten we alle gevangen dieren en de planten die we bij ons hebben achter. Hij bewaart ze daar voor ons in de basement. De temperatuur is daar op het heetst van de dag circa 20 graden.

Wanneer we daar zijn wordt zijn oude bankstel weggehaald en we helpen nog even om dat te versjouwen. We drinken appelthee en na te hebben gegeten, gaan we, met de dominee, naar het natuurpark Helderveld.
Helderveld is een vlak bij de stad gelegen natuurpark, dat behoorlijk druk wordt bezocht. Er zijn diverse wandelroutes uitgezet, van verschillende afstanden. Eén van de eerste opvallende dieren die we daar vinden en kunnen fotograferen is een grote honingvogel met een lange staart, die zich daar voedt met de nectar van de bloemen van o.a. de prothea (de suikerbosbloem).

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0657
Een grote honingvogel met een lange staart.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0658
Die zich daar voedt met de nectar van de bloemen van o.a. de prothea (de suikerbosbloem).

Op gladioolachtige planten zitten tientallen groene glanzende kevertjes. Hier zien we weer Chersina angulata en even later vinden we de panterschildpad (Geochelone pardalis pardalis). Het is een vrij groot exemplaar, een vrouwtje dat kennelijk als gevolg van een aanrijding, een ernstige beschadiging van het rugschild heeft. Het dier zit rustig in het gras, aan de bosrand en is niet erg onder de indruk van onze aanwezigheid.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0203
Een panterschildpad (Geochelone pardalis pardalis), een vrij groot exemplaar, een vrouwtje.

Lauran blijft bij het dier om het de anderen te wijzen, die nog ver achter ons zitten en het dier zouden kunnen missen. Na de wandeling door dit park drinken we nog wat bij de ingang van het park en vervolgens gaan we op weg naar het plaatsje Strand, waar we een camping opzoeken.
We zetten onze tenten op op het aanwezige gras. Dit blijkt echter tot de speelweide te behoren en de campingeigenaar staat erop dat wij onze tenten verplaatsen naar de daartoe werkelijk bestemde plekken. Onder enig protest doen wij dit. Later blijkt dat er tijdens ons verblijf niemand van het grasveld gebruik maakt.
Tegenover ons strijkt een wat asociaal gezin neer dat leuke houten inklapbare stoeltjes bij zich blijkt te hebben. Lauran is hier erg enthousiast over en hij vraagt of hij de stoeltjes mag fotograferen, met de bedoeling om ze later thuis na te kunnen maken. Dat mag.
Voor het overige voeren we die avond weinig uit. We hangen wat bij de tent rond en gaan op tijd naar bed. Daarvoor worden we nog bezocht door een witte rat, die kennelijk ergens ontsnapt is.

30 november
Mary is jarig.

09.00 uur
Vertrekken we voor een bezoek aan het schiereiland bij Kaapstad, Cape Point Nature Reserve. Direct bij aankomst in dit natuurgebied vinden we een andere, zwarte gordelstaarthagedis (Cordylus cordylus niger). We vangen een exemplaar en maken er foto’s van. Het dier zat daar samen met Agama atra op dezelfde steen. Het schiereiland blijkt vol te zitten met deze slanke, spitskoppige, gordelstaart. Overal op rotsen treffen we ze aan.

Bijeen fraai punt aan het strand maken we foto’s van diverse planten, waaronder “het hoofd van Medusa”. Hier vind ik ook voor het eerst nimfen van de rode sprinkhaan. Nimfen heb ik nergens anders meer gevonden. Ik fotografeer met de 55 mm Micro.
Alles bij elkaar vinden we in dit park 4 dode Chersina’s. Henk neemt één compleet schild mee voor zijn collectie. Ook buiten het reservaat vinden we nog veel gordelstaarten.

In het park zien we ook een troep bavianen. Ze zitten op een hek en blijken vrij schuw te zijn. In Zuid-Afrika doet men er niet moeilijk over om lastige bavianen af te schieten. Misschien dat ze daarom wat terughoudender zijn dan bijvoorbeeld in midden-oost Afrika. Mogelijk zijn deze apen de oorzaak van het ook schuwe gedrag van de in het park aanwezige gordelstaarthagedissen.

Het valt op dat Cordylus c. niger vaker in combinatie voorkomt met Agama atra; ze zitten vaak vlak naast elkaar op dezelfde steen. Kennelijk beschouwen ze elkaar niet op enigerlei wijze als concurrenten.

Even buiten het park, op weg naar Kaapstad treffen we een groepje bavianen dat de weg oversteekt. Ze doen rustig aan en zijn niet erg onder de indruk van de stoppende auto’s. Eén ervan mist een hand.
We maken een tochtje door Kaapstad en kijken wat om ons heen.

16.00 uur
We stoppen ergens in Strand om Dev. en Ben de gelegenheid te geven het verjaardagspartijtje voor Mary en Lauran voor te bereiden. We eten een patatje, waar we lang op moeten wachten, en we kopen wat souvenirs in een klein winkelcentrum.

Op de terugweg naar de camping is het behoorlijk fris en het waait hard. Mary heeft een beetje de pest in; ze snapt niets van dit in haar ogen oninteressante en koude oponthoud.

18.00u
Zijn we terug bij de camping.

20.10 uur
We sturen Mary en Lauran naar de douches en versieren het kamp met slingers, die we door de bomen gooien en tussen de tenten. Omdat Mary vandaag jarig is krijgt zij nu het cadeau van de groep; een mooi plantenboek.
Ook Ben en Dev. hebben een boek voor haar gekocht. Mary en Lauran mogen de kaarsjes op de verjaardagstaart proberen uit te blazen. Deze kaarsjes zijn van een soort spul dat vanzelf weer gaat branden.
Hierna kunnen we gaan eten. We eten op verzoek van de jarigen spaghetti en krijgen vanillevla met tutti frutti als toetje.

Die avond brengt de dominee de dieren en planten die we bij hem achtergelaten hebben bij ons terug.

 

1 december
Vandaag is Lauran jarig. We feliciteren hem en ook hij krijgt een mooi boek als cadeau van de groep.

Vandaag gaan we naar de Tygerberg Zoo in Kraaifontein, waar we onze boegsprietschildpadden zullen ophalen. Na enig zoeken arriveren wij.
Wij worden ontvangen door de directeur John Spence. Hij laat ons eerst kennismaken met een oudere Nederlandse dame van de stichting AAP, die daar een aantal papegaaien heeft gebracht.

Vervolgens worden wij “overgedragen” aan Dave Morgan, een sympathieke en serieuze vent, die ons door de tuin zal leiden. Als eerste bezoeken we het reptielenhuis. Dit blijkt een wat overdreven benaming voor een schuurtje met wat terraria en plastic doosjes met daarin diverse slangen en hagedissen. Dave blijkt regelmatig te kweken met Egyptische en Kaapse cobra’s (Naja haje en Naja nivea). Hij is graag bereid om t.z.t. dieren af te staan aan het reptielenhuis in Zoetermeer.
Er is die ochtend een Cape Cobra binnengebracht die nog in een grote ton zit. Dave is bereid om, met behulp van een slangentang, de slang buiten los te laten en te manipuleren, zodat we mooie foto’s kunnen maken. Het betreft een geelbruin exemplaar, dat niet bijzonder agressief is.
Vervolgens krijgen we een rondleiding door de tuin. We zien de reuzenschildpadden (Geochelone gigantea) en andere dieren.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0226
Er is die ochtend een Cape Cobra binnengebracht die nog in een grote ton zit. Dave is bereid om, met behulp van een slangentang, de slang buiten los te laten en te manipuleren, zodat we mooie foto’s kunnen maken.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0208 Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0210

Ik fotografeer zo veel mogelijk zodanig dat de slangentang niet op de foto te zien is.

Daarna zien we ook de afgesloten speciale schildpaddenafdeling waar vrijwel alle Zuid-Afrikaanse soorten vertegenwoordigd zijn. Hier kunnen we unieke foto’s maken van de Geometrie tortoise (Psammobates geometricus), de zeldzaamste soort landschildpad ter wereld. Op de zwarte markt worden voor deze beschermde schildpad prijzen van rond de f 20.000,00 per stuk betaald.
Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0211 Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0212 Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0213 Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0214 Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0216 Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0227 Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0228 Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0229

Nu kunnen we foto’s maken van verschillende soorten padlopertjes. Deze hebben we in de natuur vele malen tevergeefs gezocht, maar hier zien we ze in levende lijve. We fotograferen de Parrot Beaked Tortoise (Homopus areolatus), de Speckled Padloper (Homopus signatus) en een bastaard van waarschijnlijk deze twee soorten. Ook fotografeer ik de Greater Padloper (Homopus femoralis). Natuurlijk zijn dit plaatjes van dieren in gevangenschap, maar ze completeren in ieder geval de serie.
De terraria zijn net rotstuintjes, maar ze geven het biotoop aardig weer.
Een H. areolatus die we van Dave mogen meenemen, kunnen we zelfs na intensief zoeken in het terrarium niet meer vinden. Pech gehad.

Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0600
Naast waar de schildpadden daar zijn gehuisvest vang ik een 5-tal rode sprinkhanen.

Tenslotte gaan we onze boegsprieten uitzoeken. We zoeken ieder onze eigen dieren uit. Henk en ik nemen ieder 2 mannen en 2 vrouwen, Lauran kiest voor 1 man en 3 vrouwen. Henk en Lauran geven de voorkeur aan de reeds gevangen exemplaren.
Naast waar de schildpadden daar zijn gehuisvest vang ik een 5-tal rode sprinkhanen. Later vang ik buiten het hek nog een mannetje. John Spence zegt toe dieren te willen verzenden tegen vergoeding van de verzendkosten. Hij zal trachten voor ons het padlopertje Homopus areolatus te verzamelen en later op te sturen. Misschien kan Dave dan ook een ons nu ontbrekende gordelstaarthagedis bezorgen. Na het bezoek aan de dierentuin gaan we naar Dr Baard van Cape Nature Reservation. Deze is reeds op de hoogte van het feit dat we komen en ontvangt ons allervriendelijkst. Hij gaat met ons mee naar zijn kantoor en hij geeft zijn toestemming aan het meenemen van de door ons gewenste dieren. We wisselen adressen uit en hij zegt medewerking toe voor de toekomst. Hij is bereid dieren af te staan voor gespecialiseerde instituten en liefhebbers. Hij tracht te bemiddelen tussen ons en Lux-Avia voor wat betreft het als handbagage meenemen van de dieren. Dit blijkt uiteindelijk niet te lukken.Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0602 Namibie- Zuid Afrika, 1992 nr 0601

Buiten bij het kantoortje zie ik nog een soort skink met een rode zijstreep die we niet eerder gezien hebben. Ik heb helaas geen camera bij me.

2 december

Is onze dag van vertrek. Allereerst moeten wij nog de exportvergunningen regelen in Kaapstad. We rijden door de drukte in Kaapstad naar het ons opgegeven adres. We worden ontvangen door Karen van Rijn, die ook al van onze komst op de hoogte is. Ook zij is bereid om alle medewerking te geven aan een snelle afhandeling. We vullen de vereiste citespapieren in en ook de rode sprinkhanen, het schild van de gevonden dode Chersina en de vlinderpoppen worden op papier gezet.
De vlinderpoppen veroorzaken eigenlijk nog het grootste probleem omdat we niet kunnen aangeven om welke soort het precies gaat. We spreken af later alsnog te melden welke vlinder er uit komt.

Het blijkt dat de betaalnota’s voor de gekochte planten niet als permits kunnen worden aangemerkt. Hiervoor moeten we bij een andere afdeling van het ministerie terecht. In Johannesburg bestaat ook de mogelijkheid om een en ander straks alsnog te regelen.
Na het regelen van de exportvergunningen gaan we richting vliegveld.
We komen daar veel te vroeg aan. We parkeren op de grote parkeerplaats en eten daar nog wat. Het vertrekkende gezelschap zal alle dieren meenemen.

Van hieruit bel ik de neef van Alice om hem te vertellen hoe laat ik in Johannesburg zal aankomen. Ik spreek met een neef van hem en het blijkt dat hij, naar aanleiding van de brief die Alice hem geschreven heeft, al vanaf 14.00uur op het vliegveld van Johannesburg aan het wachten is. Hij heeft plannen om ons daar op te halen en ons zijn huis en wat van de omgeving te laten zien. Omdat onze aankomsttijd in Johannesburg gewijzigd is worden al deze plannen doorkruist.

10.30uur
Na een emotioneel afscheid chequen we in. Ik blijk 6 kilo overgewicht te hebben. Daar wordt gelukkig niet moeilijk over gedaan en de bagage wordt gelijk “doorgelabeld” naar Luxemburg. Dat betekent dat we in Johannesburg ook geen problemen zullen krijgen met het overgewicht. De dieren we bij ons hebben passeren probleemloos de controles en we vliegen met een klein toestel naar Johannesburg. Het toestel is niet vol.

18.00uur
In Johannesburg aangekomen gaan we eerst inchecken. Dat gaat vrij vlot, maar we hebben weinig tijd. Ik probeer de neef van Alice te vinden en loop met een foto van Alice in de hand door zowel de aankomst- als de vertrekhal. Ik spreek verschillende mensen aan, maar ik kan hem niet vinden. Ik besluit dat het het meest voor de hand ligt dat hij ons bij het rendez-vouspointe of de douane zal opwachten. Op beide plaatsen vind ik hem niet en besluit verder te gaan. Bij de X-ray-controle meld ik de levende dieren aan. De douane roept er een vertegenwoordiger van Lux-avia bij en deze blijkt al van de komst van de schildpadden op de hoogte. Men weigert de dieren als handbagage toe te staan. We moeten f 300,00 betalen om de dieren in de speciale ruimte te laten onderbrengen. Carla wordt van al dit onderhandelen een beetje zenuwachtig, maar alles wordt toch goed geregeld. Als laatsten, om 20.00uur, komen wij in het vliegtuig.

Later hoor ik van Henk dat het eigenlijk de bedoeling was de dieren simpelweg niet aan te melden, maar ze gewoon te laten scannen. Ik heb dat niet zo begrepen, o.a. omdat ik Lauran heb horen zeggen dat hij het gevaarlijk vindt voor eventueel drachtige dieren. Daarnaast zouden de dieren op het scherm toch opgevallen zijn. Nou ja, wat zijn f  300,00 op de werkelijke waarde van onze dieren.

De vlucht is probleemloos, maar ik slaap slecht. Onderweg heb ik wat problemen met mijn stoelverlichting die ‘s-nachts te pas en te onpas aan en uit gaat.

Vroeger dan gepland landen we in Luxemburg. Na een busrit, met een lunchstop in Brussel, passeren we zonder stoppen de Nederlandse grens. Wanneer we om kwart voor twaalf in Breda aankomen blijkt alleen het ontvangstcomité voor Carla en Lauran aanwezig. De vriend van Jolien arriveert rond half één. Carla en Lauran wachten met weggaan tot Alice rond twee uur aankomt om mij op te halen. We drinken nog even koffie en vertrekken richting Zoetermeer.
Nataschja en Ariane zijn ook blij dat ik er weer ben. Er hangt een mooie, door Alice en de kinderen zelfgemaakte, welkomstposter aan de kastdeur in de woonkamer.

Het is koud, maar het is fijn om weer thuis te zijn.

Een website met vooral heel veel terrarium-, aquarium- en vijverinformatie

Translate »